34. 35. 36. 37. 38. 39. 40. 41. 44. 45. 67 42. 43. dr. van Ds. Jacobus Waten Begeman en Louisa Wil helmina van der Leeuw. Dr. Johannes Jacobus Woltersom, geb. Coevorden 22-4-1815. Overl. Arnhem 22-2-1881. Arts in Arnhem, directeur Gemeentelijk Ziekenhuis. Tr. Arnhem 15-7-1846 met Geertruida Cornelia Camerman. Geb. Arnhem 7-2-1820, overl. aid. 1896. Uit dit huwelijk 7 kinderen (47-53). Jan Woltersom, geb. Coevorden 25-6-1817, overl. Beerta 2-12-1903. Rijksambtenaar. Tr. lede Blécourt; tr. 2e Henderika Wadners, overl. Belling- wolde 31-3-1856, dr. van Kornelis Jans en Almtje Harms Lalkens; tr. 3e Wija Buurma, geb. Finster- wolde 27-8-1814, overl. Beerta 18-3-1904. Uit het eerste huwelijk 2 kinderen (54-55); uit het tweede huwelijk 2 kinderen (56-57). Wilhelmia Johanna Woltersom, geb. Coevorden 8-10 1820, overl. Helmond 15-9-1892. Zwaantje Woltersom, geb. Coevorden 6-1-1823, overl. aid. 28-1-1823. Jacoba Elisabeth Woltersom, geb. Coevorden 1-10-1825, overl. 1900, tr. Coevorden 20-3-1862 Jan Pieter van Dugteren, geb. Wijte (N.Br.) 9-11-1828, ontvanger der directe belastingen, woonde laatstelijk in Helmond. VI. B. Kinderen van Albert Woltersom (nr. 29) Jan Woltersom, ged. Coevorden 12-8-1810overl. aid. 25-5-1811. Hinderika Elisabeth Woltersom, geb. Coevorden 12-10-1811. Johanna Woltersom, geb. Coevorden 10-9-1813, overl. aid. 18-9-1879. Tr. Coevorden 23-12-1835 met Gerrit Jan van Almelo, geb. Nienhuis 20-4-1806, metselaar. Janna Woltersom, geb. Coevorden 13-1-1815 Albert J an Woltersom, geb. Coevorden 3-12-1818, overl. aid. 15-12-1819. Albert J an Woltersom, geb. Coevorden 14-12-1819, met selaar en tapper. Woonde in de Sallantse Straat. Tr. Coevorden 7-5-1850 met Wubbegien Koenderink, geb. te Hardenberg 24-12-1821, 12-4-1840 als lidm. Ned. Geref. Kerk bevestigd. Uit dat huwelijk zes kinderen (58-62). Gerrit Woltersom, geb. Coevorden 12-2-1825, met selaar, geh. te Coevorden 3-5-1849 met Aaltjen Koenderink, geb. Gramsbergen 12-8-1821, lidmaat d. d. 29-3-1838, dr. van Gerrit en Hendrikjen Huisken. Uit dat huwelijk drie kinderen (64-66).

Geheugen van Drenthe

Spint Arwt'n | 1979 | | pagina 29