(wordt vervolgd) 59 De familienaam Woltersom (met een "o") komt het eerst voor in het haardstede- register van de stad Coevorden in 1750. De stadsbestuurders ondertekenden op 22 mei van dat jaar de lijst van inwoners met het door hen verschul digde haardstedegeld en in die lijst komt Jan Woltersom (1718-1804) voor. In datzelfde belastingboek en in diezelfde tijd komt bij de verpachting van een stuk land ook zijn broer Gerrit (geb. 1722) voor met de achternaam Woltersom. Daarvoor (en ook nog later) worden leden van die familie Woltersum (met een "u") genoemd en geschreven Het eerste geschiedt dat in het haardsteden-register van Coevorden, opgemaakt op 10 juni 1745. Behalve Jan komt ook zijn vader Abraham (geb. 1688) op die lijst met de naam Woltersum voor. Ook in het doopboek van de Hervormde Gemeente van Coevorden vinden wij de namen Woltersum en Woltersom. Bij de oudste vermeldingen (althans bij de oudste data) gaat bl. even de pen vermaken. De pen werd dan ingekort, kreeg een nieuwe punt met insnijding en was gereed. Geheel afgedankte pennen werden opgeborgen en tot een bundeltje saamgebonden om gebruikt te worden bij het af vegen van een bord. Zaterdag was altijd geheel vrije dag. Maar dan had meester, die zelf voor schoolvegen moest zorgen, altijd eenige jongens tot hulp. Deze gewapend met een stoffer kropen onder de tafels en banken door om alles weg te vegen naar de gang, die altijd door meester zelf geveegd werd. Ja, de meester van '60 had nog al bijbaantjes; schoolvegen; kachels aanleggen; papier, boeken, inkt, krijt enz. koopen. Klassen van 70 en 80 leerlingen waren geen uitzondering. Een ouderwetsche schoolmeester en een tegenwoordige (1938) lijken op elkaar als een boer op een hondekar op een automobilist. DE FAMILIE WOLTERSOM UIT COEVORDEN door J. Kortenhorst

Geheugen van Drenthe

Spint Arwt'n | 1979 | | pagina 21