58 boom toom room 't Duurde tijdstljden eer wij in een boekje kwamen te lezen. Eerst de leesoefeningen van Dr Nassau, dan Vader Jakob en Moeder Anna, dan het Nieuwe Testament, vader- landsche geschiedenis en zedekundig leesboek. Het rekenonderwijs was langwijlig. Optellen en aftrekken ging er nog wel in, maar vermenigvuldigen en deelen - ja je wist in 't laatst het loopje hoe je moest doen, maar het waarom was buitengesloten. Als je eindelijk genoeg in de gang was ingewikkeld kreeg je een rekenboek, het toen algemeen in gebruik zijnde re kenboek "Jan v Olm". Daar stond alles in wat je moest weten tot de regel van drieën, omgekeerde regel van drieën, rente rekening, winst en verlies, en enige handels rekening. Maar was je Jan van Olm een paar keer met succes doorgekomen, dan was je uitgeleerd en waren je schooljaren niet uit, dan kreeg je de dikke meetkunde van Pibo Steenstra, het toppunt van schoolgeleerdheid. Van de Ned. taal weet ik mij alleen te herinneren dat wij weken aaneen werkwoorden moesten vervoegen en dat wij dat wel prettig vonden toen wij het goed in de macht hadden en wedstrijd hielden, wie (wij schreven en rekenden steeds op de lei) het vlugst met de griffel was. Wij hadden ook dictee's. Met de pen schreven wij alleen voor schoonschrift. In 't algemeen genomen werd ons machinaal alles onder wezen verrichtten wij ook alles machinaal. Wat zijn de methode's later toch veel verbeterd! 't Was nog in de laatste periode van de veeren pen. Ge woonlijk was dat een veer uit een ganzenvleugel, een slagpen. De meester had een fijn scherp mesje, het pennemesje. Dit wijst nog op den oorsprong van de naam pennemes. Handig sneed meester eerst een groote plak af, later aan weerszijden een kleine hoek, zoodat er een punt ontstond, dan werd vanaf de punt een gleuf in de pen gesneden en ge reed was de pen. Na enig gebruik werd de pen slap, verloor een deel van haar veerkracht en schreef dan dik. Dan ging de vinger omhoog en werd meester gevraagd a. U. Wij hadden daarvoor meestal kooroefeningen bee oo em tee oo em er oo em

Geheugen van Drenthe

Spint Arwt'n | 1979 | | pagina 20