54
zittende bezigheden, dan stak haar voet door de lis en kon
zij de voet zoodanig bewegen, dat de wieg schommelde tot
de baby zo duizelig was, dat zij de slaap vatte.
Wou dat nog niet, dan werd zij uit de wieg genomen op de
schoot en dan ging het met de sterke knopstoelen aan het
"hossebossen". Dan werd je vrij secuur zoo dommelig, dat
slaap volgde. Zo was vrij algemeen het opvoedingssysteem
van de baby's in dien tijd.
De schoolopvoeding begon ook al tijdig: met 3 jaar ging ik
reeds ter school. Niet naar een bewaarschool, neen naar de
"groote school". Dat was een fortuintje voor den "boven
meester”. Dat zat zoo: kinderen van 5 tot 12 jaar waren
voor rekening van de gemeente. Maar de meester mocht
ook wel kinderen beneden 5 jaar tot de school toelaten, om
de ouders te "gerieven". Hij had dan het recht voor zijn
eigen zak schoolgeld van de ouders te vragen. Dit was ge
woonlijk een dubbeltje per week.
Op dat dubbeltje waren de meesters van dien tijd nogal ge
steld, want het was de tijd, dat het minumum salaris voor
een "ondermeester" 200 en voor een "bovenmeester"
400 gld. was. Zoo had het dubbeltje nogal betekenis.
Trouwens in de jaren omstreeks 1860 moest ieder zich
redden van een klein inkomen en kon dat ook, 't ging dan
zooals 't ging. Bij winterdag kon je een arbeider krijgen
tegen 30 ct per dag, zonder kost. Bij zomerdag was de dag
huur hooger, vooral in tijd van hooien en oogsten. U ziet,
dat ik spreek over toestanden te platten lande. Toen is
zeker ook het liedje ontstaan:
'k Heb zoo lang met de rommelpot geloopen
'k Heb geen geld om brood te koopen.
Want er waren gezinnen, die driekeer daags aardappels
aten en tot troost voor hen dichtte iemand:
"Aardappels met brei
En gezondheid erbij
Geeft vreugd' en geluk
Maar taarten en wijn
Met ziekten en pijn
Geeft kommer en druk
Elk zing' dan met mij
Aardappels en brei
Maakt vroolijk en blij"