53
1850 is mijn geboortejaar 3). 't Was toen nog de tijd, dat
kleine kinderen een stevige wollen muts moesten dragen om
de hersenen lekker in te bakeren en overigens recht warm
werden ingepakt tegen mogelijk kouvatten en om hoesten te
voorkomen, want er was niet altijd ramanaswater3) tegen
kinkhoest e. d.
't Was in den tijd, toen de wieg nog het enig kinderverblijf
was. Zoo'n wieg stond op een onderstel met aan den onder
kant een gebogen voetstuk, zoodat je de wieg zoo nodig
mooi kon laten schommelen, wat nodig was om het kind in
slaap te wiegen.
Mijn moeder had langs den zolder een snoer met een ring,
die langs de snoer kon bewogen worden.
Aan die ring was een koord dat naar beneden hing en heen en
weer kon en aan het zolderkoord nog een koord aan de wieg
verbonden met zoodanige schakel dat als men aan het losse
koord trok de wieg bewoog bijv, naar rechts en liet men het
koord weer los, dan schommelde de wieg links.
Door nu beurtelings aan het losse koord te trekken en het
weer te vieren, kreeg men de wieg in een schommelende
beweging.
Maar mijn moeder kon tegelijk met het losse koord in de
hand in het woonvertrek heen en weer lopen al trekkende
en vierende van tafel, naar haard of kast enz. terwijl zij dan
de wieg in dezelfde schommelende beweging hield.
Maar nog meer. Onder aan het losse koord was een lis,
geschikt om er de voet in te steken. Had mijn moeder nu
HERINNERINGEN VAN EEN SCHOOLMEESTER
1)
2)
3)
Zie Spint Arwt’n 4e jrg. nr. 4 bh. 110.
Zie Spint Arwt’n 3e jrg. nr. 6 bh. 173
Oud volksmiddel tegen (kink) hoest: men holde een ramanas uit en vulde
deze met bruine suiker; het vocht van de ramanas met de opgeloste suiker
vormde de medicijn.
geschreven door Tale Zondag (1850 -1941)
gepubliceerd en van noten voorzien
door zijn kleinzoon Feiko Anne ZondagD.
I. Uit mijn jeugd.