47
(Hendrik Barels) moeder en wel uit hoofde van een conven
tionele successie van 8 mei 1643. Maar Hendrik Barels
wil vergoeding voor 9| jaar onderhoud van Jan Barels, de
broer van Jan Suinge en wel uit hoofde van genoemde successie
van 1643. Er is sprake van een opgerichte paal ven begra-
fenisse 6). Mogelijk was Jan Barels "onvolwaardig". --
Maar hoe het ook zij, Martien Jans hertrouwde met Eyte
Alers, doch overleed kort vóór november 1653 7). Waar
deze Eyte Alers vandaan kwam, valt niet te zeggen. Was
hij een molenaar van elders, misschien ook de knecht?
Hij was mogelijk zelf reeds weduwenaar, want in 1655 e.v.
is hij geld schuldig aan Jan Eitens te Een, waarschijnlijk
zijn zoon 8). Reeds in 1651 is er sprake van Eyte Mulder
vanwege een accoord met de mombers van salige Barelts
kinderen, wellicht vanwege het huwelijk met Martien
Jans 9). Nadat de erven van Geert Jans Mulder de halve
molen in 1656 aan Jan Pelinck (Zuidvelde) en Arend
Hendriks (Peest) hebben verkocht, verkoopt Pelinck zijn
kwart part weer aan Eyte Alers 10). Waarschijnlijk was
deze gedeeltelijke verkoop een kwestie van financiering
van de boedelscheiding. Het huis werd verkocht aan Jacob
Lamberts.
Na de dood van Martien Jans zocht Eyte een nieuwe vrouw,
want oktober 1655 procedeert hij tegen Toenyse Aven
te Vries, die haar trouwbeloften niet nakomt 11). Maar
in 1657 heeft hij meer geluk, want dan worden mombers
aangesteld over de kinderen van Eyte Alers en Martien
Jans Suinge, alsmede over de kinderen van Luitie Sickens
en Trijntie Lubbers, met welke laatste Eyte gaat trouwen.
Er komt een eenkindschap tot stand, waarvan we later nog
een gevolg zullen zien 12).
Na de voorgaande zowel genealogisch als ook wat betreft
het eigendom van de molen wat hypothetische uiteenzet
tingen krijgen we nu vaster grond onder de voeten.
In de zomer van 1658 wordt er blijkbaar aan de molen ge
timmerd of misschien wel vertimmerd. Of betrof het de
volmolen? Herhaaldelijk wordt drank bij de schulte (tevens
tapper!) gehaald en ook koopt Eyte een staander, onmis
baar onderdeel van een standaardmolen, want dat was
het 13). Eyte maalt voor de schulte ook zes mud molt.
In 1683 zijn Eyte en zijn vrouw Tryne Lubbers 100 gld
schuldig aan Roelof Hendriks 14).