De dato 8 november 1772 is er een verklaring van Roelof Arents “dat er nooit geen afvredinge voor het huijs van de erfgenamen van Koop zij het voor een weigering. Ze sturen Albert Pragies, de pander (deur waarder) met deze brief op pad. Pragies schrijft onderaan de originele brief dat hij deze op 2 juli 1772 ter kennis heeft gebracht aan Roelof Roelofs Boverhof en de eisen van de kerkvoogden aan deze in persoon heeft aangezegd. Boverhof heeft een afschrift van de brief geeist en ge zegd dat hij zich nergens over kan uitlaten voor dat hij met zijn consorten heeft gesproken. Om in deze procedure sterker te staan gaan de kerkvoogden verschillen de mensen benaderen om hun zienswijze op deze zaak te geven. Een ze stal brieven is bewaard gebleven: De kerkvoogden horen van de erfgenamen niets op hun exploit van 22 juli. Op 4 augustus 1772 laten ze Roelof Roelofs Boverhof via pander Albert Pragies weten dat, hij nu tijd genoeg heeft gehad om overleg met zijn consorten te plegen. Boverhof deelt hierop mondeling aan de pander mee, dat hij over deze zaak geen papieren kan vinden en zo die er moch ten zijn, zijn ze zoek geraakt. Zij willen de zaak wel aan onpartijdige man nen voorleggen. Hendrik Luijchijs schrijft op 4 november 1772 dat de vreeding tussen het land van de erfgenamen van Coop Roelofs Boverhof en de kerkweg aan Roelof Arents Snijders kant nu verder naar de kerkweg toe staat dan voor vijfentwintig of dertig jaar. “En dat daar doe (toen) grote krijsebesienbos- sen stonden tusschen de vree en de kerkwegh, maar hoeveel dat het wel verschilt, dat kan ik niet net bepalen. Albert Egberts uit de Broekhuisen verklaart op 6 september 1772 dat hij indertijd kerkvoogd is geweest, samen met “Peter Snoeken op Kraale, de jonge Snijdt an Djkhuisen, Hendrik Bartelds op Wolt en Klaas Willems op Oosteijnde”. In het eerste jaar heeft de kerkvoogdij eiken bomen laten kappen. Toen ze nieuwe eiken telgen wilden planten was Koop Roelofs Boverhof “besorgt dat wij hem te na souden pooten an de vree”. Jan Albers tot Blijdenstein meldt op 7 novemner 1772: “er is wel eens holt gehouwen in en buiten de vreenge”.

Geheugen van Drenthe

Ons Ruinerwold | 2006 | | pagina 25