Een grenskwestie tussen de kerkvoogden van
Ruinerwold en de erfgenamen van Coop Roelofs
Boverhof
Arend Snijder woont in 1731 op Blijdenstein in een boerderijtje waarvan
de grond grenst aan die van de kerkvoogdij. Er is wel een afspraak ge
maakt over de grens tussen beide, maar blijkbaar is de grenspaal in de
loop der jaren verdwenen en zijn de erfgenamen van Arend Snijder zo vrij
geweest die grens voorzichtig aan wat in hun voordeel te verleggen. In
die tijd was er nog geen sprake van een nauwkeurige omschrijving van
de ligging en grootte der landerijen. Dat zou pas komen bij de instelling
van het kadaster zo’n honderdvijftig jaar geleden.
Om de zaak weer in de oude toestand te krijgen stellen de kerkvoogden
in 1772 een brief op die als volgt begint:
De kerkvoogden constateren in 1772 dat de erfgenamen van Ooop
Boverhof de vree verder oostelijk op kerkegrond hebben gezet dan wel
zou moeten. Ze spreken de vijf erfgenamen hierover aan en willen, indien
de paal zoek geraakt mocht zijn, een nieuwe plaatsen. De aanwezige vre-
ding en sloot moeten weer westwaarts worden verlegd, zoals dat eertijds
is geweest.
Kerkvoogden vragen om en categorisch en voldoende antwoord, dus
een stellig antwoord zonder omwegen. Volgt er geen reactie dan houden
“Also op den 28 Feb 1731 tussen de kerkvoogden in der tijd van
Ruinerwolt ter eenre en Arend Snijder, eijgenaar van een huisje en land op
Bleijstein ten westen an de Boer - of Kerkstege gelegen, nu an de erfge
namen van Coop Boverhof toebehorende, meijerswijse bij Jan Crul wor
dende bewoont en gebruikt, ter andere zijde, een accoort is gemaekt dat
an de zuidkant van het huis een pael soude worden geslagen en soo ook
aldaar is geslagen, en dat meester Arend Snijder de vree moest houden
en voorts dat elk twee voet van die vree sou moeten afblijven om te po
ten.
De kerkvoogden hebben nog de originele overeenkomst die begint met
“Den 28 feberuas 1731 een ackoert gehouden tusschen Arend Snider en
de kerkvoegden". Hierin staat dat aan de zuidkant van het huis een
grenspaal is geslagen, dat Arend de vree moet onderhouden en dat elk
twee voet van die afrastering moet blijven om (hakhout?) te poten.