zwarte lijst bezat. De genoteerden waren in Tweeloo, dat toen nog tot de
gemeente Ruinerwold behoorde, echter altijd van harte welkom.
In het gehucht van thans kan men een stukje oud Drente van typisch zuid
westelijke aard terugvinden: het veebedrijf waardoor Meppel lang be
kend was. Het Tweeloo van nu is een grillig gevormde buurt van boeren
huizen en arbeiderswoningen, verbouwde woningen uit de vorige eeuw
en het zogenaamde éénmansschooltje, dat eigenlijk een daglonershuisje
is waar vroeger tijdens de wintermaanden in de kamer les werd gegeven
aan de kinderen van de buurt. Dit was niets ongewoons. In de gehuchten
van vroeger kwam zulks herhaaldelijk voor.
Dit alles nu, van de rijke historie tot het bouwvallige éénmansschooltje
(waarvan niets anders dan een onbewoonbaar verklaarde woning over
bleef) werd voor de commissieleden aanleiding met kracht de stem te
gen de voorgenomen afbraak te verheffen: nee, niet afbreken. Dit cul
tuurmonument moet tot in lengte van dagen blijven voortbestaan. En
met deze uitspraak moeten B. en W. van Meppel wel uitermate ingeno
men zijn geweest want aan hun opdracht lag immers dezelfde positieve
gedachte ten grondslag. Men zie onze cursivering.
Maar wat moest er dan met Tweeloo gebeuren? Dat was een zaak van
later zorg. Hoofdzakelijk dacht de commissie echter aan het vormen van
een culturele oase in de troosteloze woestijn van het moderne stads
beeld. Tweeloo zou een soort "long" kunnen zijn voor de immer groeiende
stad en tevens een levend gehouden openluchtmuseum, met een plaats
voor een streekmuseum annex-éénmansschooltje, een natuurhistorisch
museum en een instructieve boerderij. Tweeloo zou kunnen worden tot de
"culturele speeltuin" van Meppel, tot een "centrum voor culturele mani
festaties", zoals weven en kantklossen, ouderwets smeden, Meppeler
huisvlijt, knutselen, muziek en zang, en verrichtingen van padvinders. In
het bijzonder wilde de commissie de aandacht vestigen op de inrichting
van een expositieruimte, die van bijzondere betekenis kon worden voor
tentoonstellingen van de verenigingen voor postduivenhouders, konij
nenfokkers, hondenfokkers, kanariefokkers, modelbouwers, amateurfoto-
graten, verzamelaars en aquariumhouders.
Dit, het zij onmiddellijk gezegd en toegegeven, was maar een idee van
de commissie, die naar aanleiding van het bovenomschreven culturele,
nog enige ware woorden in haar rapport wist te verwerken. Van de ver
maarde romanschrijver, Arthur Koestier: "over de mensen zonder navel
streng". En van Prof. Dr. Huizinga: "over de halfbeschaafde mens, die er
op uit is, te streven naar de gelijkvormigheid en de nivellering. Ten dele
nog cultuurconsument, in genen dele cultuurproducent". Doch ziet nu
het dramatisch vervolg van dit historische drama: ondanks het feit dat
ook in verband met exploitatie en investering het behoud van de omstre
den buurtschap de gunstigste en voordeligste oplossing zou zijn, werd een