t
Meppel er zijn ontstaan aan te danken heeft. De geschiedenis van
Tweeloo is romantisch, zo leren wij uit het rapport dat de commissie uit
bracht en dat men best een "lijvig boekdeel" zou mogen noemen. Voor
het eerst is er van Tweeloo sprake als een oude voorpost "boo" van
Dickninge, gelegen in de lage, moerassige landen om Meppel, vroeger
ook wel bekend als Schonegangerswere. In de dagen dat de hoofdweg
naar het noorden hier door de tegenwoordige Oosterboer naar
Blijdenstein (Ruinerwold) liep, was het gehucht met Meppel verbonden
door een onberijdbaar zandpad. In de loop der tijden groeide de neder
zetting uit tot het gehucht van vandaag. Tot voor kort heersten er eigen
opvattingen en wetten en net als overal voor de Drankwet bestonden er
gelegenheden waar getapt werd". Dat deed men vroeger stilletjes in
vele huizen, zodat het geen wonder is dat er in Tweeloo drie of vier "her
bergen" heetten te zijn. De schippersherberg was de enige echte, maar
dit "historische stuk" werd reeds langer geleden afgebroken.
De mooie boerderij, die Baron R.H. de Vos van Steenwijk kort voor 1800 liet bou
wen op de plek waar "Schonegangerswerehad gestaan. Nadat de gemeente
de woning had laten afbreken werd deze herbouwd in Havelte bij Overcinge.
Egbert luten was de laatste bewoner van dit huis, de gemeente Meppel de laat
ste eigenaar.
De tweelooër Grappenmarkt, het dauwtrappen, het stille drinken, —wan
neer men in Meppel niet mocht tappen alles kon hier buiten de rook
van de groeiende plaats gebeuren. Er was zelfs een tijd dat Meppel een
d" My
1 40770
oeoh
-aeeee?
B --========
x-iiiKio Bar mmeoU. n
jeto -
ms