Mevrouw is zo laat, ze zal wel wat gegeten hebben. Nee dus. De ontstel lende waarheid is nabij. Als het laatste oordeel hoor ik de sleutel in het slot steken en daar is mevrouw. Het eerste wat ze zei was. Ik wens een volledi ge maaltijd. Ik heb de hele dag niets gehad. "Oei oei Grietje, dacht ik", in paniek. Wat nu? Ik bleef kalm. Uiterlijk dan en dekte met veel omhaal de tafel in optima forma. Er was radijs in huis en nog een paar wortels, Ze werden netjes gesneden en op een mooi schaaltje geschikt. Dat leek al heel wat. Toen legde ik de rest van de warm gemaakte stamppot er mid den in en diende het appetijtelijk op en ik moet eerlijk bekennen dat ik trots op mezelf was zo vindingrijk te zijn. Maar niet onze lieve mevrouw. Wrokkig at zij de hap en ik de radijsjes en wortels op met een groot schuld gevoel. Een keer sprak ze me recht aankijkend toe: "Waar is die emmer vol aardappelen gebleven die we samen geschild hebben." Ik moest het antwoord schuldig blijven. Als vergoeding bood ik aan haar voeten extra te masseren, maar hooghartig woof ze het aanbod weg. Zo gaat alles voorbij en als je jong bent vergeet je snel, maar een paar dagen later ge beurde er iets waar ik helemaal niet meer aangedacht had. Ik kwam thuis na een paar boodschappen te hebben gedaan en zie mijn mevrouw in de kamer staan als de wrekende gerechtigheid. Ik was al helemaal inge speeld op haar stemmingen, maar me dit keer van geen kwaad bewust. Dat werd anders toen ik zag wat ze in de hand hield. Ai ai, het beeldje aan drie stukken. Ze sprak heel langzaam, "Heb je dat gebroken?" En ik, sufferd, zeg in een grote vertwijfeling: "Nee." Ze ging verder met een ze kere logica. Hier in huis zijn we met twee mensen. Jij en ik. Je weet best dat ik het niet heb gebroken. Ze sprak mij, ondertussen strak aankijkend toe; "Ben jij de schuldige." Daarmee was de kous af! vanaf de middag en ik heb echt honger. Ik zet me aan het aanrecht en’' eet weer een hap. Met een ijskoude blik overzag zij de zo zorgvuldig gedekte tafel. Bij haar binnenkomst had ik haar direct al verteld dat haar zuster op bezoek was geweest. Misschien rook ze al onraad, want ze kende haar pappenheimers en ten minste iemand uit het zo zwaar bezochte Rotterdam. Ze herhaalde haar eerste bevel: "Ik wens een volledige maaltijd". "Dit is het geworden", zei ik bang door een uitdrukking op haar gezicht die ik nog nooit had gezien. "Uw zuster wilde dat ik eten maakte." "Dat dacht ik al" zei mevrouw en er blonk onverbloemde haat in haar ogen. "Dat adder; en dat komt dan gauw als ik niet thuis ben". Ze verloor helemaal de realiteit uit het oog want hoe wist haar zuster nu dat ze juist op deze dag naar Rotterdam zou gaan.

Geheugen van Drenthe

Ons Ruinerwold | 2002 | | pagina 38