Intussen snelt de tijd verder en ik moet al haast beginnen met de avond
boterham en me voorbereiden op de terugkeer van mijn bazin. Aan het
beeldje wordt niet meer gedacht maar wel tot mijn schrik aan de stamp
pot die ook door haar is samen gesteld. Een duister vermoeden bekruipt
mij. Een blik in de pan en de waarheid ligt voor mij in de vorm van een ge
krompen kliekje stamppot. "Ja maar", zeg ik tegen mezelf. "Hoe kan dat
nu? Vanmiddag was het veel meer of zou de zuster nog gauw wat heb
ben gepikt.Goede raad is duur en de tijd dringt. Gauw zet ik in een mooi
pannetje de stamppot op een gaspit meng er wat melk door en paneer
meel en zie het volume groter worden. Kruiden er door en weer even
proeven. Heerlijk! Maar een ezel stoot zich maar zelden twee keer aan
dezelfde steen. Helaas helaas, ik wel. Er is al weer zo'n lange tijd verlopen
Met glinsterende ogen keek de ongenode gast me aan. "Ik zal je wel hel
pen. Wijs me de spullen en we eten samen een heerlijke maaltijd. Het is bij
ons al lang geen vetpot meer", vertelde ze verder. "Ik ben door de bom
bardementen van de Duitsers mijn huis en spullen kwijt geraakt. "Alleen
de bontjas heb ik nog. Ik woon bij goede mensen in, maar het is moeilijk
om aan goed eten te komen.
Meteen rukte ze een schortje uit een kast. Ze wist alles haarfijn te vinden
en ging op zoek naar kruidenpotten in de kelder en terwijl ik ongerust
dacht, wat mijn goede werkgeefster hiervan zou zeggen, werd er een
kookpot bereid, die zo heerlijk rook dat ik als een blok viel voor het bijde-
hande mensje!
En daar zaten we dan als uitgehongerden te eten. De zuster, omdat het in
Rotterdam slecht was en ik als opgroeiend jongmens, die juist in deze pe
riode de bouwstoffen miste, die ik nodig had. Met enige schrik zag ik na
een tijdje de stamppot flink minderen en zei behoedzaam dat mevrouw,
als ze terug was, ook wilde eten. Maar zuslief nam eerst nog een paar flin
ke happen, voordat ik de pan veilig naar de keuken kon brengen.
Maar ik was nog lang niet van haar af, want de roem van mijn genees
kracht was ook al in Rotterdam door gedrongen en na een tijdje zat ik op
een bankje ook haar voeten te masseren. Gelukkig moest ze op tijd de
trein halen en had ik enige rust, om orde op zaken te stellen. Er was een
kast die ik nog zou ordenen en ik zat net een mooi wit beeldje te bekijken,
(mevrouw had veel antiek; het mooiste had ze toen ik kwam al op gebor
gen, met een vooruitziende blik zo bleek later) toen er weer aan de bel
werd getrokken. Door de grote haast laat ik het vermaledijde beeldje uit
mijn handen vallen en zeg een lelijk woord. Vlug stopte ik het zo ver mo
gelijk achter in de kast en spoedde me naar de voordeur om een collec
tant te woord te staan want geld heb ik niet. Jammer dus!