Moor ondertussen vertelde mijn mevrouw dot hij uit Peking kwam, student
was en van hooggeplaatste ouders in een uitwisselings progamma zat en
zodoende bij haar vriendin logeerde.
Vraag me niet hoe ik thuis gekomen ben met een duidelijk geïrriteerde
mevrouw die van heimwee niets begreep. En ik zelf nog minder. De lessen
op de huishoudschool in opvoedkunde en andere aanverwante vakken
waren in nacht en nevel verdwenen. De harde praktijk eiste haar rechten
en dat was niet mis. Zo moest ik door schade en schande leren me te
handhaven in het dagelijkse leven dat zo ver verwijderd was van mijn ver
trouwde Drentse dorp Ruinerwold. Pas veel later toen we in de donkere
avonden toch een zeker intimiteit met elkaar kregen en mevrouw over
haar jeugd vertelde, ging er een nieuwe wereld voor me open. De wereld
van rijke mensen die toen al verre reizen maakten. Ze was op kostschool
geweest en zo van school af getrouwd met de directeur van de
Suikermaatschappij in Zeeland, kinderen gekregen waarvan een zoon
frontaal in botsing met een jonge man en we kwakten allebei midden op
de weg neer. En schelden als dat secreet deed. Ik in onvervalst Drents er
tegen in. Al gauw was er een groep mensen om ons heen die geamu
seerd toekeken en ik hoorde dat ze zeiden: "Dat meisje komt uit Drenthe."
Tot mijn geluk mankeerde aan mij en de fiets niets. Dus ik maakte dat ik
wegkwam op weg naar de dominee. Eerst ging alles goed, maar toen
kwam de reactie. Net toen ik aanbelde bij het bewuste huis en een aardi
ge vrouw opendeed en mij in de hal een bank aan bood om te gaan zit
ten verscheen de dominee. Ik barstte in een vreselijk snikken uit.
Hoofdschuddend sprak de predikant, terwijl hij me onaangedaan voorbij
liep. Ik moet naar een vergadering. Ik heb geen tijd. Nooit heb ik dat ver
geten. Ik voelde een bittere haat tegen de man dat hij niet de moeite
nam om een eenvoudig meisje van het platteland op haar gemak te stel
len. Struikelend bereikte ik de deur en luisterde niet naar de sussende
woorden der dame achter mij. Net heb ik al snikkend de fiets weer aan de
hand. Lijkt het of het noodlot mij achtervolgd, want een echte chinees
legt zijn hand op mijn mouw en ik slaak een vreselijke gil! Nog nooit in mijn
leven had ik een chinees gezien. We leefden erg geïsoleerd en dat
wreekt zich nu. Hij schrok nog erger dan ik en zijn geelbleek gelaat wordt
nog stukken geler en hij stamelt in gebroken Nederlands: "Ikke je ophalen
van misses Pilaar." Hij is wel zo verstandig om me vast te houden en me in
een volstrekte desolate toestand af te leveren bij mijn mevrouw en haar
vriendin en daar zit ik dan te huilen aan één stuk door. Ze weten echt niet
wat er aan de hand is. Allerlei vragen kan ik niet beantwoorden. Ik weet
het zelf niet. De arme chinees in het nauw gebracht door de schijn dat hij
mij soms hard had bejegend, kon ik nog vrij pleiten door hevig mijn hoofd
te schudden.