Ach en als ik nu maar niet zo verlegen was geweest. Wat gebeurde er op een zekere morgen. Er werd gebeld en ik ging naar de bel en deed uit voorzorg alleen een raampje open en wat zag ik daar? Ik keek recht in het aardige gezicht van mijn begeleider uit Koekange. Bats. Met een ge weldige slag smeet ik het raampje dicht en draaide me bevend om met mevrouw vlak achter mij die direct wou weten hoe en wat! Ik was ge woon te verlegen om alles uit te leggen en het ergste was dat de vriend mij een plezier wou doen om met mij te gaan fietsen en er niets van snap te, maar meende dat ik daar in een streng regime was terecht gekomen. Jammer genoeg heeft hij later geen pogingen meer ondernomen. Daar mijn bazin Hervormd was, moest ik naar de catechisatie van mijn eigen kerk, op een middag een afspraak maken. Mevrouw legde haarfijn uit waar ik wezen moest en zei nog even dat ik na afloop haar op moest ha len, daar zij er vlakbij op de thee bij een goede vriendin was. Ze had hele deftige kennissen en zat in allerlei commissies waar ik geen flauwe notie van had en waar ze veel tijd aan besteedde. Welgemoed fietste ik naar de dominee, maar nam dromerig een verkeerde afslag. Ik kwam daar Mijn zus was zo lief om me een rest gekookte boerenkool mee te geven en zo ging ik opgelucht terug. Maar als je nu denkt dat onze Mevrouw erg dankbaar zou wezen. In het geheel niet. Want ze vond dat door het sol deren het potje minder was geworden. Het mooie was er af en mijn zwa ger had het zo netjes gedaan. En de boerenkool in de verpakte krant, er waren toen nog geen plastieken zakken, daar keek ze wat viezig naar. Later toen ik het afwaste en er een mooi stoofpotje van fabriceerde at ze er smakelijk van. Het was nog maar in het begin van de oorlog. Veel later zou ze naar dit eten snakken. Ik bracht mijn dagen door in een saaie re gelmaat en een verschrikkelijke heimwee nam bezit van mij. Vaak zat ik in de avond alleen in mijn koude kamertje te schrijven naar huis, totdat het te koud werd en ik mevrouw gezelschap hield. op het lage gas. Ik was toen heel verwonderd dat het scheef gezakt op het gas stond met twee van de pootjes gesmolten. Goede raad was duur en eerst verborg ik het nog even in de theemuts maar het werd spoedig ontdekt. Mevrouw bleef een hele poos jammeren maar ik had in deze grote nood een alternatief; Mijn oudste zus woonde in Doorn en had een man die monteur was en volgens mijn opgewonden verhaal een meester in het maken van potten. Dus ik mocht fijn na vijf uur op de fiets naar mijn zus die erg blij was om me te zien want zoveel contact had je niet in die periode. Telefoon was nihil, briefverkeer ook niet geweldig en zo was ik welkom bij mijn zus en zwager die mij in tijden niet hadden gezien. De goede jongen begon direct aan het potje te solderen, want ik had ge lukkig de pootjes mee genomen.

Geheugen van Drenthe

Ons Ruinerwold | 2002 | | pagina 34