Het was een lange tocht waar ik me niets van herinner. Mijn reisgenoot
was heel aardig. Ik kwam goed aan bij Mevrouw Pilaar in de Professor
Sproncklaan 1B. Het was in een deftige laan met mooie grote patriciërs
huizen. Het huis had een tuin, voor en achter en een monumentale voor
deur met grote koperen bei. Opzij glas in lood ramen. Timide belde ik aan.
Mevrouw deed zelf de deur open. Ze was in het gitzwart gekleed, had
mooi grijs haar en droeg een gouden lange ketting om haar hals. Ze bleek
heel hartelijk en ik kreeg thee en een biskwietje. De thee kwam uit een nik
kelen theepotje in een allerliefst theebeursje. Ach, ach, dat theepotje zou
later nog heel wat stof doen opwaaien. Eerst moest ik hier erg wennen.
Het huis bevatte veel marmer en antiek en slechts een paar gaskachels
die zoals ik zou ondervinden uit zuinigheid, het was immers oorlog, spaar
zaam zouden branden. Daarna werden er afspraken gemaakt. Zo kwa
men we overeen dat Ik de werkster zou vervangen zodat ik een werkster
uit zou sparen als ik de goede beurten deed onder leidng van mijn ment-
rix. Ook zou ze een groot diner geven met de Kerst om mij de kneepjes
van het vak te leren. Ik ontving dan een rijksdaalder elke week, waar ik
geweldig blij mee was. Want ik had alleen maar een beetje geld bij me
voor onvoorziene omstandigheden. Boven sliep ik in een ijskoud slaapka
mertje met een wastafel met alleen koud water, maar aangezien ik uit
een huis kwam waar we ons bij een keukenpomp wasten scheen dit al
weer een verbetering. Elke morgen, om half acht, maakte ik mevrouw
wakker met een kop thee uit het bewuste potje en een beschuitje. Dan
netjes de tafel dekken, in de huiskamer ontbijten en aan de slag. Elke dag
kreeg een gedeelte in het grote huis een goede beurt. Ach wat maakte ik
een fouten. Het begon al met het verwenste theepotje, dat al direct in
het begin mijn Waterloo zou worden. Op de bewuste morgen wilde ik het
heel goed doen en zette het tinnen potje om het wat warme te houden
die met een vooruit ziende blik aan de veiligheid had gedacht om deze
lange tocht ietwat beschermd te maken.
Het lieve moedertje, altijd in huis bezig, fietsen kon ze niet eens, maar wel
met onze goede buren praten. Zowel vrouw Krikke en vrouw Slomp even
als vrouw Benning en Grietje Benak, juffrouw Busscher en niet te vergeten
de Schoenmakers aan de Aa leverden goede contacten op, waar ze
heel slim gebruik van ging maken. Nu waren ze allen heel vertrouwd ge
raakt met ons gezin en ook met ons wel en wee. Zo gaat dat in een kleine
buurtschap. En er kwam al spoedig een mooie oplossing in de vorm van
een knappe robuuste jongeman in Koekange die in Soest bij de Heide
maatschappij werkte en daar op de fiets heen ging. Deze was genegen
om mij te begeleiden tot het eindpunt .Vroeg in de morgen was hij al pre
sent en met mijn moeders waarschuwing in de oren toch vooral goed op
te passen verlieten we onze buurtschap.