Hoe een Ruinerwolds meisje op stage ging in Zeist mevr. Pilaar. Maar je weet hoe het gaat in zo'n situatie. Ik, als gegadigde, dacht eerst aan de kleren die ik mee zou nemen om een beetje netjes voor de dag te komen en dat was nu niet om over naar huis te schrijven. In die tijd had niemand veel en toen de textiel ook op punten kwam werd het erg sober. Maar om het zuinig te houden, ons gezin was nogal groot, zou ik op de fiets de tocht naar Zeist maken zodat er geen reisgeld aan te pas kwam. Zo kon ik met een kleinigheidje op zak in de stad k komen. Ik kreeg ge noeg leeftocht mee. Maar het zou mijn immer bezorgde moeder niet zijn Na het verlaten van de huishoud school in 1941 zou ik op aanraden van deskundigen in dat onderwijs een halfjaar voor een praktijk diplo ma gaan werken. Dat zou dan be staan uit drie maanden bij een parti culier en net zo lang in een inrichting, om later leiding te kunnen geven in een deftige huishouding aan het personeel of in een verpleeghuis. Maar door de oorlog met Duitsland was alles een beetje op losse schroe ven komen te staan. Niemand wist waar hij aan toe was. We waren nog gedesoriënteerd door de brute inval en de bombardementen, de verlie zen aan mensenlevens en zaten dus in een impasse. Er waren nog geen krachtige maatregelen genomen zoals later zou gebeuren. Er was heel weinig weerstand tegen de vijand. Het belangrijkste voedsel was al op de bon. Maar mijn moeder had al in een vroegere periode op aanraden van de oude regering een voorraad ingeslagen en gebruikte alleen het noodzakelijke aangevuld met de bon nen. En juist in deze wisselvallige tijd zou ik dan stage gaan lopen. Ik, die maar weinig buitenshuis had verkeerd, alleen vacanties bij een ge trouwde broer en zus, hield wel van een beetje avontuur en gaf me op om stage te lopen bij een rijke weduwe in Zeist. Dat had nog best wat voeten in aarde. Mijn vader die wel van een uitje hield ging eerst pols hoogte nemen. Na een vergadering in Amersfoort bracht hij haar een be zoek en kwam terug met positieve berichten. eis

Geheugen van Drenthe

Ons Ruinerwold | 2002 | | pagina 32