Ad; en anderen het vooraf zuidwaarts in eenen hoofdsloot tezamen bren-
gen, en zich weder bij het erve Het Slot in de Wold Aa ontlast. Met het oog
op dat belang voor hem adressant en verdere aanbelende eigenaren in
de Oosterboer gem. Meppel en tot vermijding van de anders benodigde
duikers onder den spoorweg hoopt adressant in het genot te worden ge
steld van waterleidende slooten wederzijds langs den spoorweg gaande
vanaf no 313 in de gemeente Ruinerwold verder westwaarts op lager peil
in de Wold Aa.Verder vermeent adressant hierna volgende nog nader
onder de aandacht te moeten brengen, te weten: Dat de breedte van
de overweg bij het weideland, perseel 313 des te meer van belang is om
dat het vee, ongeveer 30 stuks hier te lande twee maal daags gestalt
wordt en alzoo vier maal daags den spoorweg moet passeren. Dat dit drij
ven van het vee over het spoor voor adressant een groot bezwaar ople
vert, doordien minstens drie personen daartoe om veilig te wezen, nodig
zullen zijn; terwijl thans een persoon met gemak het vee ter weide brengt
en terughaalt. Dat adressant, die alhier zo zeer bezwaart wordt, groote
behoefte heeft aan eenen vrijen overweg, die steeds open ligt, en alleen
gedurende, den overvaart van treinen gesloten wordt. Wijders dat de
hoogte van de spoorweg ook een beduidend bezwaar aan den adres
sant veroorzaakt, als waarvoor het voor hem zo wenschelijk gesigt belem
merd wordt niet alleen, maar ook groote bemoeijelijking veroorzaakt, met
het houden van toezigt op zijn vee, vooral ingeval hetzelve zich soms,
over of door slooten uit het land of wil verwijderen. Gaarne zoude adres
sant de belemmerende hoogte vermeden hebben, en voor zoo ver zulks
om de betrefte van den spoorweg niet mogt vermeden kunnen worden,
verzoekt adressant deswegen billijke schadevergoeding.
Het welk doende, enz.
Ruinerwold den 4 Juni 1866 (geteekend) L.J.Luten.