Aanleg Spoorlijn Meppel - Hoogeveën 1866
Aan den Edelachtbare Heere, Burgemeester en Wethouders der ge
meente Ruinerwold.
Geeft met verschuldigden eerbied te kennen Lambert Jans Luten land
bouwer te Ruinerwold.
Dat door den aanleg van den Staatsspoorweg, de landweg die persee-
Ien313. 314. 315.31 óen 317 aan zijn woonhuis en erf verbindt, wordt afge
broken; dat langs dezen weg de af en aanvoer met paard en wagen
plaats heeft van mest, hooi, koren enz. en dezelve perseelen, benevend
al zijne andere eigendommen uitwegen op den algemeenen weg naar
Meppel. Dat het belang van den adressant dringend vordert dien weg
op genoegzame breedte te behouden, waarom hij zich tot de betrokke
ne autoriteiten bij dezen wendt, met het verzoek dat daar ter plaatse
eenen genoegzaam breeden overweg worde aangelegd. Dat ook al de,
aan den adressant toe behoorende, perseelen uitwegen over land, van
Hendrik van de Hogt, en genommerd 338. 336. 335. 334. op 323 en meer
onderscheidene andere nummers naar zijne oeverplaats, op de
Hoogeveensche Vaart den Broekhuizingerdijk, en verder naar den
Gemeenen weg bij het Rogat. Dat het belang van den adressant ook
dringend vordert aldaar den overweg op perseel no 336 te behouden en
hij moet kunnen blijven uitwegen op genoemden weg en alzoo volstrek
te behoefte heeft aan eenen weg langs den spoorweg verbindende no
336 over perseel 338 met perseel 337. Intusssen gelieve men hier op te
merken, dat de weg alhier in 338 nagenoeg geheel vergraven zal moe
ten worden en alzoo een weinig noordwaarts er van nieuws zal moeten
aangelegd worden en men dus ook bijna evenzoo goed dien aanleg
zoude kunnen maken aan de zuidkant bij langs het spoor aldaar, door
eenen parallelweg no 336, verbindende no 313 van de adressant met no
336, tot op den oostkant in dit nommer weder op den weg en waardoor
den overweg alhier over den spoorweg zoude kunnen vermede worden.
Verder dient: dat thans de waterlossing van zijne perseelen plaats heeft
door de waterleidende sloot die als scheiding bestaat tussen de gemeen
ten Meppel en Ruinerwold; welke sloot aan de westkant van perseel 313
door den spoorweg wordt doorsneden en hier alzoo een duiker, onder
den spoorweg door, benodigd is en bij dezen verzocht wordt. Dat het niet
alleen in het belang van den adressant maar tevens in dat van al zijne ge
boren in de aangrenzende gemeente Meppel woonachtig, wenschelijk
is, langs den spoorweg het water af te voeren, aan welk belang volgens
zijn oordeel zou kunnen worden gehoor gegeven, op eene minder kost
bare wijze dan door het aanbrengen van vele duikers onder de spoor
weg, zoo als die voor den waterafvoer nodig zouden zijn; dewijl vele sloot-
en in de gemeente Meppel, het water noordwaarts afvoeren in de Wold