"Een bijensteek is goed tegen de rheumatiek" Het gekke is dat Smilde, timmerman van z'n vak, per ongeluk aan z'n bij envolken is gekomen: zijn schoonvader werd destijds te oud en wilde er Zo komen we dus op de pers die hij onlangs maakte voor z'n collega's in Ruinen. "In twee dagen klaar.", zegt hij, alsof het een puntje aan 'n pot lood slijpen was. En dat van dat zware, stoere; eikenhout. "Ik wou m'n ei gen niet verkopen. ...die is al 35 jaar oud, we kenden toen het slingersys- teem hier niet. Nou ja, en ze zaten er zo om verlegen. "Toen heb ik er maar gauw even een gemaakt." Als u denkt dat u oud wordt, er niet meer tegenop kunt, u zich versleten, overbodig voelt, enfin als u in zo'n stemming bent van "mij kan het niets meer schelen, ik tel blijkbaar niet meer mee" (en dat heb je vaak voor je veertigste al tegenwoordig) dan moet u eens naar Ruinerwold gaan en een praatje maken met Gerrit Smilde, die binnenkort 82 wordt. Nu zeg ik wel: "praatje maken", maar ook dat is nog niet zó gemakkelijk, want die Gerrit Smilde heeft het altijd druk. Hij doet zijn eigen huishouding met alles wat daaraan vast zit, werkt in zijn groentetuin, houdt bijen en fietst daar toe iedere dag 16 kilometer. Hij timmerde onlangs nog even een honingpers voor de Ruiner imkers, maakt tussen de bedrijven door uit overgeschoten eiken plankjes van een timmerfabriek nog een paar ouderwets degelijke voetstoven, bezoekt bij enmarkten (tot in Amersfoort toe), enfin hij komt tijd te kort. Hij staat dan ook 's morgens altijd nog om kwart voor zes op. "Maar ik ga wel om negen uur ‘S avonds naar bed", zegt Gerrit Smilde er eerlijk bij, "behalve als Sjoukje Dijkstra op de tv te zien is of een schaats wedstrijd, daar blijf ik voor op, desnoods tot middernacht. Wil je een kop- pie thee?" En meteen schept hij uit een emmer, water in de ketel. Nee, hij heeft geen waterleiding. De buizen liggen er, maar wat zal hij er mee doen? "Ik heb zulk lekker putwater dat de mensen van de waterleiding bij mij hun dorst komen lessen als het warm is. Er is ook geen gas, ik krijg mijn thee via een petroleumstel. Da's in zeven minuten aan de kook", zegt hij, op z'n horloge kijkend. Eigenlijk ben ik voor de honingpers naar Ruinerwold gereden, maar Gerrit Smilde zelf is minstens zo interessant. Hij wuift dat allemaal weg met een: "Man, ‘t is niks bijzonders. Ik leef gewoon, ik doe gewoon, nou ja ik eet wel iedere dag 's morgens en 's avonds ‘n boterham met honing. ..de rest ver koop ik aan particulieren." En er overheen: 't Is van 't jaar goed honing- weer, Ik krijg dus extra veel. Ik heb deze zomer al twee keer geperst, da's een grote uitzondering."

Geheugen van Drenthe

Ons Ruinerwold | 2002 | | pagina 19