Oude kruiken uit Ruinerwold A DE ARCHEOLOGISCHE BEWERKING! Inleiding. De vindplaats De boerderij, Oosteinde 28, ligt ongeveer 150 m ten ZO van de weg van Meppel naar Ruinen, en wel 1 km noordelijk van de kruising met de weg van Havelte richting Koekange. De kruiken zijn gevonden op het erf van deze boerderij, in de gemeente Ruinerwold kadastraal bekend onder sectie B, perceel 756. Dit terrein, dat aan de straatzijde is gelegen, loopt aan de andere zijde van de boerderij langzaam af naar het dal van de Wold Aa. De ons getoonde kruiken, in 1967 aan het licht gekomen, bleken G. De Leeuw en J,N. Lanting. - In het najaar van 1967 werd het Biologisch-Archeologisch Instituut der Rijksuniversiteit te Groningen door de toenmalige burgemeester van Ruinerwold, dr. mr. W. S. Gelinck, op de hoogte gesteld van een vondst in zijn gemeente. Naar aanleiding van deze mededeling bezochten prof, dr. H. T. Waterbolk en (toen nog) dr. J. D. van der Waals op een doorreis, in gezelschap van de burgemeester, de vinders, de families R. en J. Tijmes, Oosteinde 28 aldaar. Zij toonden de bezoekers een aantal kruiken, waar van door de bereidwilligheid van beide families een tweetal kon worden meegenomen naar Groningen, met de bedoeling om de stroperige vloeistof die hierin nog aanwezig was te analyseren. Voor de heer Gelinck was 29 februari 1968 een gedenkwaardige (schrik- kei-dag. Het betekende niet alleen zijn afscheid als burgemeester van Ruinerwold vanwege het bereiken der pensioengerechtigde leeftijd en zijn daarmee samenhangend vertrek naar Breda, maar ook kon hij op deze dag, tussen de verhuisdrukte door, het resultaat van de analyse van de in enkele kruiken aanwezige substantie aan de familie Tijmes medede len, in aanwezigheid van enkele medewerkers van het Provinciaal Museum van Drenthe. Tevens was aanwezig de heer J. Schuurman, inwoner van Ruinerwold, die genoemd museum ook reeds op deze vondst had gewezen. De burge meester was zeer verheugd dat hij het resultaat van het onderzoek, waar naar hij steeds zo benieuwd was geweest, nog op de valreep aan de vin ders had kunnen overbrengen. Voor de eerstgenoemde schrijver was dit bezoek tevens aanleiding de vindplaats eens te bekijken en te trachten zo mogelijk nog iets van vond- stomstandigheden te achterhalen.

Geheugen van Drenthe

Ons Ruinerwold | 2002 | | pagina 11