zwervingen terecht bij Meeuwes Pool in Berghuizen. Overdag was Evert Jan in het ovenhuis en 's nachts overnachtte hij in een hol dat was gegra ven vlakbij het huis van Meeuwes Pool. Zijn vader werd flink ondervraagd en hij ging er ook vanuit dat Evert Jan zou komen, want dat wilden de Duitsers nou eenmaal. Maar zijn moeder zij dat Evert Jan niet kwam, zelfs niet toen de politie en de Landwachten een nachtelijke inval uitvoerden en waarbij zij en het dienstmeisje met de handen omhoog buiten moes ten gaan staan en waarbij rondom hen in de grond werd geschoten. Na een maand werd zijn vader dan ook vrijgelaten, omdat hij toch niks kon vertellen. Verplaatsing Het was niet veilig om lange tijd op dezelfde plek te blijven, dus met een vals persoonsbe wijs op zak vertrok Evert Jan op I de fiets naar Meppel. Daar is hij een nacht bij Witvoet ge bleven die een groente winkel had in de Brouwerstraat. De volgende dag is hij daar ook nog gebleven, maar 's nachts vertrok hij met de nachtboot richting Amsterdam. Evert Jan had op het station "Das Reich" gekocht. Dat was een Duits propagandablad. Toen er op het IJ controle was door Duitsers openenden ze zijn Evert Jan Schuurman op latere leeftijd. koffer. Toen ze het blaadje za gen liggen, hadden ze ge noeg gezien en mocht hij ver der. Deze tactiek heeft hij nog vele malen met succes gebruikt. Vanuit Amsterdam is hij op de fiets naar de Haarlemmermeer gefietst. Via Sloten passeerde hij Badhoevedorp waar hij een oude kennis tegenkwam, die voorstelde dat hij voorlopig wel bij hen kon blijven. Hij is hier dan ook een paar weken gebleven. Hij kwam hier in aanraking met David Knibbe die hem verder kon helpen aan illegaal werk. Ondertussen verhuisde Evert Jan naar Hillegom waar hij bij dominee Krabbe kon blijven. Omdat dit adres algauw aan de Sicherheits Dienst bekend werd, moest Evert Jan weer weg. Hij kwam toen terecht in Sprang. Dat ging via Utrecht naar 's Hertogenbosch en dan verder naar Waalwijk. In Sprang werd hij naar do minee Van Lummel gebracht. Via een onderduikerorganisatie is hij naar

Geheugen van Drenthe

Ons Ruinerwold | 2002 | | pagina 34