t Is Niklaas, die luistert
Wat ieder verrij.
Wie traag is in tleeren.
Wie stout is of boos.
Sint Niklaas hoort alles,
Hij luistert altoos!
Hem kan men niet foppen
Geloof mij opregt,
Wat hij niet gezien heeft,
Vertelt hem zijn knecht.
hadden
alles
Nu nog fietsen leren, maar dat kon nu haast niet, met al die modderpa
den en wegen. Ik kon met veel scheuken net bij de trappers komen. Het
duurde mij echter veel te lang om het fietsen te leren.
Oom Klaas zette mij op een zondagmorgen, toen Opa en Opoe naar de
kerk waren, buiten op de fiets. Het had gevroren, maar op de harde bob
bels viel het niet mee.
Het bleef een koude kale vorst, met overdag aardig goed weer. Er moes
ten weer bieten gehaald worden uit de kuil achter het huis, 't Was woens-
maar zwart gelakt,
maar ik was er wat
blij mee!
Op school merkten wij al dat het naar Sinterklaas liep, want bij de juffrouw
werden al liedjes gezongen voor die tijd. En al geloofde ik niet meer in Sint
en Piet, ik had er ook op school nóg veel ontzag voor. In die tijd werd er
veel gezongen op school, o.a: Wilhelmus, Wien Neerlands Bloed, Waar de
blanke top der duinen, Hoezee, Hoezee voor Nederland Hoezee, Voor
koningin en vaderland, Scheepje in de haven lag, In een blauw geruite
kiel, draaide "Michel de Ruiter" het grote wiel. Piet Hein, Piet Hein, z'n
naam is klein enz. enz.
Onze klas moest ook nog wel Sinterklaas liedjes zingen, o.a: Sinterklaas
Kapoentje, Zie de maan schijnt door de bomen, 5 december de blijde
dag is daar, op de hoge, hoge daken rijdt de Sint al met zijn Piet, Oh, kom
er eens kijken wat ik in mijn schoentje vind. Hoor wie klopt daar kinderen,
Sinterklaas versje
Zachtjes gaan de
paardevoetjes,
trippel trappel op
het dak, Zie ginds
komt de stoom
boot uit Spanje
weer aan, op de
hoge hoge daken
rijdt Sint- Nicolaas
met z’n knecht.
Het zou voor mij
een onvergefelijke
Sinterklaas wor
den. Ik kreeg n.l.
een fiets. Het was
wei een heel oud
beestje, want ze