Toen wij op de laatste maandag van de maand oktober naar school gingen, hing er, toen wij Dijkhuizen naderden, een vieze brandlucht. Wat was er gebeurd! De molen van Everts was afgebrand. Ik vond het erg jammer. Wat een kaal gezicht nu. Later hoorde ik dat er die zaterdag, terwijl het nogal hard waaide ,een boer was die te weinig voer had voor het weekeinde, de heer Everts onder druk zette om toch te gaan malen. En wie wilde in die tijd graag een klant missen! De molen werd draaiende gemaakt, maar door de aanwakkerende wind was hij niet meer tot stil stand te krijgen, met als gevolg "brand", door de ontstane hitte, wrijving van het draaien. Ruinerwold was een molen armer, jammer! daar was men nog mee bezig te rooien (met de vork). Het bleef mooi droog weer dit najaar buiten kon alles goed afgewerkt wor den, d. w .z. aardappels droog in de kel der. De witte en rode kool werd uitgesneden en aan de stronk opgehangen in de kelder, boven de aardappels. Deze kel der zat aan de westkant en daar vroor het niet zo gauw in de kelder. Hoewel het hele huis en boerderij be dekt was met riet, kon het er ‘s winters wel koud worden, met een harde oos tenwind. De grote baanderdeuren, die slecht sloten, het "planken" achterhuis met alle kieren en naden (hoewel deze - ’s winters werden dicht gesmeerd met "koestront"). Dikke heideplaggen of groene zoden werden voor de deuren gegooid die ‘s winters niet gebruikt wer- den. De koeien stonden voor een groot Molen Everts deel achter het hooivak, verder werden er zakken gespannen tot de pompestraat aan toe. De pomp, rood koper, was met planken omhuld, alleen de pijp waar het water uitkwam was vrij Als het hard vroor werd de pomp ingepakt met stro en oude zakken, want alle dieren moesten water hebben uit de pomp, een put was er niet. De weg naar school was nog goed te lopen. A -8- fojut W H Tre mFi 1U7

Geheugen van Drenthe

Ons Ruinerwold | 2002 | | pagina 25