LABObus Meester Henkel was weer opgeknapt en speelde nu de baas weer in de klassen 5 en 6, in totaal zo'n 30 a 40 kinderen. Wat hij bij ons nog nooit eer der gedaan had, deed hij nu. Hij ging voor de klas zitten en liet zowel meis jes als jongens een stuk lezen, (ons lesrooster was nederlands), uit het boek “Alleen op de wereld" door Hector Mallot. Een heel mooi boek waar ie dereen goed naar luisterde. In het speelkwartier kwamen de knikker builtjes weer te voorschijn. Knikkerbuiltjes (zakjes) waren toen meestal gemaakt van stukjes afval van schortenbont of blauw keper (katoenenstof), 15 x 10 cm, met bovenin een dubbel genaaide rand, waar een stukje lint of touw doorgerijgd werd, en zo om de hals of pols gedragen kon worden. Koud tijdens het knikkeren? Welnee! Vieze vingers? Daar waren de zwarte kousen wel goed voor. Het ging mij best naar ‘t zin op school. Thuis op de boerderij kwam ook weer meer werk, de stallen klaar maken voor de koeien, jongvee en kalveren en niet te vergeten de witte geit en haar jong. Brono, de Sint Bernard hond, haalde mij geregeld een eindje op als ik uit school kwam. Ik moest dan direct de oude kleren aantrekken, want ik ging naar het "Hoekie" om oom Klaas en Opa te helpen bij het aardappelen rooien. De eigenheimers stonden al in zakken klaar om meegenomen te worden naar huis en "de rode star" (winter voorraad), Het najaar had zich weer aangediend, bladeren vielen van de bomen en het werd al kouder. Als jeugd ontdekte men dat nog niet zo gauw. Op school werden, door de smid Albert de Kuiperde kachels weer gezet en de pijpen weer mooi zwart gepoetst op hun plaatsen gebracht. s F

Geheugen van Drenthe

Ons Ruinerwold | 2002 | | pagina 24