Na het brood eten en lekkere warme melk te hebben gedronken, en mijn verhaal verteld te hebben, gingen de beddeuren open en met een kruik in bed kon ik wel lekker slapen. Dat was de koudste winter, 1929, een tijd om nooit te vergeten. En daags na het "Meppel" avontuur vertelden ze het aan ieder die het wilde horen: "onze Jan is gisteren alleen op de schaatsen naar Meppel geweest. Wat een flinke jongen hè!" De winter van 1929 was heel lang en in het laatst van maart, begin april was er nog ijs op de Aa. Het was ijzig koud en zo gingen wij's morgens op witte klompies hardlo pende naar school, niet omdat meester Henkel zo'n lieverd was, want hij was een bullebak en gemeen! Wij hadden een geluk, ‘t was tijd om te voetballen, de meisjes waren te gen de muur aan d ballen met 3 of 4 ballen en touwtje springen. De vogeltjes begonnen weer te zingen en ondanks alle kou 's nachts werd het land, dat zo langzamerhand wat dooide, "iets" groener en de eerste struiken lieten hun knoppen zien. Ook bij de boer begon het werk weer, mest op 't land rijden enz. De politie kwam op school, bij 't hoofd meester Kooiker Meester Kooiker kwam na het bezoek van Dijkert alle lokalen even door Mevrouw Reimers had een portemonnaie verloren, 's morgens op weg naar de bakker. Het was een bruin beursje met knip, verloren in Dijkhuizen, tussen haar woning en de bakker, in de tijd dat de jeugd naar school ging. Misschien kon iemand een aanwijzing of wat ook geven, want er zat bijna tien gulden in. Nu, de weg naar tante Hil wist ik wel te vinden. Tante Hil was doodsbe nauwd. "Hoe kom je hier? Je moet gauw terug, want zo dadelijk is het donker en ken je de weg niet". Tante Hil bracht mij naar de Aa in Meppel en deed mij de schaatsen weer onder. Het was ijzig koud. Even later ging ik krabbelend tegen de wind in op huis aan. ‘t Was inmiddels donker geworden en bij Opoe, begreep ik later wel, stond alles in rep en roer. Een groep ging aan het zoeken, zelfs de buren kwamen er aan te pas. De heldere maan vergezelde mij naar huis toe. En toch. ...ging het verkeerd, nabij Blijdenstein is er een splitsing "Wold Aa - Koekanger Aa" maar bij de eerste brug ontdekte ik al dat het de Weidenbrug was. Snel weer terug en de goede weg gezocht. Er was niemand op het ijs met die koude vorstenwind en de zoekers was ik net misgereden!! Toen ik eindelijk thuis was, werd er gemopperd en ge schreid. Ik moest vlak bij de kachel zitten om warm te worden

Geheugen van Drenthe

Ons Ruinerwold | 2002 | | pagina 14