den" maar Ruinerwold had geen ijsbaan, dan moesten wij naar het "Sultansmeer" op Oosteinde. (Dit meer is er nog en een zeer geliefde vis- plek op "karpers"). Op woensdagmiddag, onze vrije middag, moest de "school" naar het Sultansmeer voor een "hardrijderij" om prijsjes. Mijn moederen oom Klaas gingen met mij mee. Het was nog wel krabbelen voor mij, maar ik won de 3e prijs, "een domino spel". Wij kregen er natuurlijk heerlijke warme chocolademelk en andere tracta- ties zoals snoep. Van oom Klaas kreeg ik een paar centen om drop of "zoetholt" te kopen. In de Aa, die voor ons huis langs stroomde (die Aa is er nog, maar nu wel gekanaliseerd), zat het ijs al tot op de bodem. Naast onze groente- en fruittuin zat een snoek van 80 cm, bevroren in het ijs, nu ±1 meter diep. Na de dooi dreven er honderden vissen dood, waaronder veel dikke snoe ken. Het was en bleef ijzig koud! Opa kwam de kamer binnen met een boodschap, het oude varken moest wel gauw biggen, want hij nestelde, d. w .z. dat hij al het stroo in het hok op één bult bracht, dus het was waken geblazen voor opa en oom Klaas. Achttien biggen werden er geboren en dat met die felle koude. Veel te koud in die oude hokken, tochten tot en met. Met 2 schepelsmanden wer den er 9 biggen in huis bij de kachel gezet en de rest lag te "zeugen" bij het oude varken. Zo werd er steeds gewisseld en allen bleven in leven. ‘t Was zaterdagmiddag, oom Klaas en oom Arend bleven bij mij op de Aa schaatsen. Veel heb ik aan oom Klaas te danken, die hielp mij geregeld, ‘s Avonds zou er visite komen. Opoe zei tegen mij: "De vrijer van oom Klaas komt vanavond, uit de Bloemberg", 't Klonk mij allemaal vreemd in de oren. Oom Klaas trok na ‘t melken en brood eten zijn goeie kleren aan en pak te zich goed in, t was nog altijd koud! Ik moest wel op tijd naar bed, on danks mijn protest. Slapen was er echter niet bij. Toen ik hoorde praten op de ,deele' wist ik dat er wat op komst was. De kachel in de kamer was goed opgestookt, zodat men er knus bij kon zitten, Opoe-Opa- Oom Klaas en Geesje. Mijn moeder was naar De Wijk toe, want daar woonde zij, al een poosje, met haar tweede man. Ik kon in de bedstee maar weinig verstaan wat ze zeiden. Geesje had maar een zacht stemmetje, zoals het leek, Ik probeerde de beddeuren wat verder open te drukken, maar dat ging niet zo best.

Geheugen van Drenthe

Ons Ruinerwold | 2002 | | pagina 12