‘t Was inmiddels weer.gaan dooien en een vieze natte boel. Op de grote"
weg konden wij nog glijden, zo glad was het er nog wel, en het ijs op de slo
ten was nog dik genoeg, om er een "taaibaantje" van te maken. -
Toen wij een paar dagen later weer van school kwamen, gingen wij langs het
"kerkpad" terug. Ook toen gingen wij op de "sloten" taaibaantjes maken.
Maar wat een schrik, want reeds als de eerste keer, dat ik dat ook deed, ging
ik er tot mijn middel door!
Het vroor al weer goed en dan nog zover van huis. Ik was goed koud enpro-
beerde hardlopend een beetje warm te blijven. Thuis gekomen moest ik mij
direct verkleden en met schoon ondergoed aan direct naar bed. Met een
warme kruik mee aan de voeten.
Om een uur of zes werd ik door mijn Opoe gewekt, ‘t Was etenstijd gewor
den, het melken en voeren van het vee was al gedaan. In de koekepan voor
mij zaten gebakken aardappelen en bonen. Oom Klaas keek al eens over de
tafel naar de koekepan die voor mij stond, er zot veel te veel in en wat ik over
hield schoof Ik altijd door naar oom Klaas aan de tafel. De andere dag ging ik
gewoon weer naar school.
Het bleef echter in januari maar door vriezen. De wegen bleven hard en het
water in de sloten was behoorlijk gezakt.
Zo konden opa of oom Klaas elke morgen weer met de "hondenkar" de
melkbussen naar de Weidenweg brengen.
De volgende morgen (zaterdag) mocht ik om een uur of elf mee op de hon-
dekar naar de Weidenweg toe, oom Klaas moest er op tijd zijn, want één
maal in de veertien dagen moest het melkgeld afgehaald worden. De melk
rijder had een houten kistje op de wagen staan met de envelopjes met
inhoud voor de boeren (d.w.z. toen enige duizenden gulden aan baar geld,
los bij hem op de wagen).
Zondags ging er niemand naar de kerk, te koud, te slechte wegen en ais men
met paard en wagen (brik -koets) ging, moest het paard op "scherp" gezet
worden.
De paarden hadden 's winters speciale ijzers onder, waarin "proppen" wer
den geslagen, zodat het paard niet zo gauw kon uitglijden, in ieder ijzer 4
proppen.
Het bleef echter maar doorvriezen en opa en oom Klaas zetten de slijpsteen
op de "deele" en gingen schaatsenslijpen.
Oom Klaas had rondlopers en de anderen gewone doorlopers, voor mij had
den ze ook nog een paar afgedankte schaatsen van mijn moeder of tante
Zwaan gevonden. Opa zette er nieuwe leertjes voorin, de hakkebanden wa
ren nog goed.
Het was niet de eerste keer dat ik op de schaatsen stond, maar ik kreeg nog
wel een oude stoel zonder leuning mee op de Aa.
De school ging gewoon verder, maar er werd al gepraat over "hardrij-