Toen wij weer naar school moesten, dooide het alweer en 't was ene prut bij de weg. Hendrik lag de eerste de beste morgen al languit in de prut, hij was zo vies en natdat hij naar huis terugging. Ik moest alleen verder. Hij kwam na de middag pas weer op school. En op weg naar huis uit school, kregen wij regen, dat was wel weer droge kleren aan thuis en op tijd met een kruik naar bed. De volgende morgen was het eerst knap weer, ‘t had wat gevroren, dus het schoolpad ging nu wel. Maar ‘s middags, onder de taalles, begon het te sneeuwen en d werd hoe langer hoe gekker, dikke vlokken kwamen omlaag en steeds meer, d Was in een ogenblik wit en een behoorlijk laag je ook. Meester Kooiker kwam in onze klas, toen wij nog bezig waren met taal. Hij overlegde met meester Henkel, dat wij direct naar huis konden gaan. Hij zei er bij "En als er morgen vroeg nog zoveel ligt, dan komen jullie maar niet naar school! Maar bij jullie thuis zien ze wel wanneer je weer kunt komen"'. Wij kregen van de meester nog een briefje mee, waar alles op stond. "Wij leefden in het jaar 1929 d Het duurde een paar dagen voor wij weer naar school konden. Meeuwes Kleine kwam met Opoe overleggen dat hij ons de volgende morgen met paard en wagen de landerijen door zou brengen naar de grote weg. ten want mijn voeten waren wat klam en zeker niet warm. In het najaar was de schoorsteen verbouwd, het mooie tegeltableau, was voor Jan Pouwels en Annechien. Maar vanaf dan stond er een hekjes kachel op de vloer, met daar omheen een stalen ring, om de voeten erop te zetten, 30-40 cm vanaf de houten vloer Nu kon iedereen in een rondje zich warmen. De volgende dag kon ik uitslapen en nog meer dagen, want wij moesten 3 januari pas weer naar school. Het bleef ook de komende winter weer sneeuwen. De Aa was wel dicht gevroren, maar ‘t was, door de sneeuw die er tijdens de nacht was gevallen, "bobbel "ijs, niet geschikt om te schaatsen, en ik moest het nogal beter leren. Ik had een paar oude schaatsen gekregen van de buren "Pekel". Opa kon goed schaatsenslijpen op de grote slijpsteen, dat deed hij ook voor mijn moeder, tante Zwaan, oom Arend en de rondlopers van oom Klaas. Tante Zwaan en haar man oom Arend, konden best lopen en won nen ook nog wel eens prijzen, met 2 of 3 aan de-stok op het "Sultansmeer", op Oosteinde in Ruinerwold.

Geheugen van Drenthe

Ons Ruinerwold | 2002 | | pagina 10