Een anekdote uit die tijd zal nog wel bij enkelen bekend zijn.
Op het jaarfeest in de Gereformeerde kerk stond nl. als punt 6 van
het programma dat op allerlei instrumenten "Die schöne blauwe
Donau” zou worden uitgevoerd. Die "instrumenten” bestonden uit:
een zaag, twee potdeksels, stoffer en blik, hamer en aanbeeld, een
oude viool enz. Maar onder de spreekstoel- zodat niemand het kon
zien- was een grammofoon opgesteld, waarop keihard een gedeelte
van "Die schöne blauwe Donau” werd afgedraaid tot grote
verwondering der feestgangers die zeiden: "Hou is 't mögelek dat je
oet zu'k gereidschup zu'k mooi muziek mokkn kenn”.
In 1927 nam ondergetekende Koos Mol de kapperszaak en wat er
nog van 't juweliers gedeelte was gebleven van zijn vader over met
een beschrijving bij de notaris te Borger van een levenslang
vruchtgebruik voor vader. Vader Mol stierf op 4 september 1934,
toen inmiddels al zijn twaalf kinderen meerderjarig waren. Ds J.S.
Schaafsma leidde de begrafenis met de tekst uit 2 Cor, 5: 1: "want
wij weten, dat, zo ons aardse huis dezes tabernakels gebroken
wordt, wij een gebouw van God hebben; een huis niet met handen
gemaakt, maar eeuwig in de hemelen”. Bij de begrafenis waren
meer dan 150 belangstellenden aanwezig. Hij werd 71 jaar.
Mijn vrouw Hendrika Mol-Wiersema heeft hem enkele jaren
verzorgd, daar hij de gevreesde ziekte (leverkanker) had. Het graf
van vader en moeder is nu in 1979, dus 65 jaar later, nog het
mooist verzorgde graf op het Noordwestelijk gedeelte van het oude
kerkhof.
Het bedrijf van dames- en herenkapper en tevens horloges werd
op de oude voet voortgezet en door met de tijd mee te gaan,
groeide dit- ondanks de crisistijd- uit tot een bloeiend bedrijf.
Nog een grapje: Meester Jansen vertelde aan zijn klas dat er een
fietsenrek voor de zaak stond, waarop de naam van het vak fout
was aangebracht en de kinderen moesten nu maar eens uitzoeken
waar dat was. Dat bleek bij Koos Mol te zijn. Er stond nl. op het
fietsenrek: "Coifeur” met één F en het moest met twee F's
geschreven worden. Van de hele familie Mol bleven door allerlei
omstandigheden in de dertiger jaren alleen mijn vrouw en schrijver
dezes als inwoners van Gasselternijveen over. Met een dames- en
en van een zangkoor te Gieterveen benevens het kerkkoor van
Gasselternijveen en het mannenkoor "Entre Nous”, waarvan nog
een wandelstok is overgebleven, waarop een gouden plaatje met
inscriptie "Entre Nous” 4 juni 1928, als de datum dat vader Mol
65 jaar werd. Zijn kleinzoon Jan Pasveer heeft wellicht de
zangkunst van hem geërfd.