2013 - 53 voor permanente bewoning. De meeste namen komen maar één keer voor. Mogelijk seizoensarbeiders. Dat is niet zo vreemd. Tussen 1663 en 1673 zijn er mensen geweest die enige jaren op het Nieveen hebben gewoond, maar in die tijd geen kinderen kregen. Dan haal je de boeken niet. Als je er wel woont, maar niet in de kerkelijke administratie terecht komt, kun je wel in het haardstedenregister staan. Het haardstedengeld was een belasting op huis en bezittingen. Er zijn bovendien nog gezinnen, die wel kinderen laten dopen, maar toch niet in het haardstedenregister voorkomen, omdat ze er niet woonden op het moment dat het register werd opgemaakt. In het haardstedenregister van 1691, ca. 20 jaar later zijn er ondertussen 31 huizen. Na 1672 worden de omstandigheden gunstiger en neemt het aantal dopelingen, net als het aantal gezinnen dat meerdere malen kinderen laten dopen in rap tempo toe. Tussen 1673 en 1697 zo'n 150 kinderen, ze zijn allen in Gasselte gedoopt. Claes Jans Harmen Eelkens Herman Pieters Tijes Vrij Gosse Jacobs Wie waren nu die oer-Gasseltenijveners, die in de administratie van Gasselte staan? Op het haardstedenregister van Gasselte van 1672, zijn de laatste twaalf namen uit Gasselternijveen. Dat staat er niet, maar is aan de hand van kerkelijke registers enigermate te reconstrueren. Dat zijn: Jan Wever Jan van Bonnen Sicke Hendriks Geert Jans, Pander Jannes van Elp Otto Derks Niet alleen het dopen, maar ook huwelijken vonden in Gasselte plaats, evenals het avondmaal en begraven. Om het nog wat ingewikkelder te maken, kwam de aanduiding van het Nieveen er niet altijd bij te staan. Ds. A.C.Fabritius (1673—1715) schrijft nog wel over mensen van Gasselternijveners, die vóór 1682 in Gasselte zijn aangenomen, maar of die lijst volledig is, is een vraag. Al met al, de administratie van de eerste Nijveners is niet echt waterdicht. Ook als er al een predikant in Gasselternijveen is, die de dopen, weliswaar zeer summier aantekent, gaan de heren Fabritius door met de dopen in het Gasselter doopboek te schrijven.

Geheugen van Drenthe

op 't Spoor | 2013 | | pagina 5