de bom aan de Schreierswijk Jantientje vroeg of ze ook mijn gedicht over de bevrijding mee mocht sturen. Ik gaf daar toestemming voor en bedacht dat dit een wel heel vreemde gang van zaken is. Een gedicht van mij dat via Australië naar't Nieveen gaat terwijl ik in Assen woon. Dat is pas humor, mede omdat ik sinds verleden jaar abonnee ben en het blad op't Spoor met plezier lees. Ik stuur meteen maar een waar gebeurd verhaal uit de oorlog. Maar eerst zal ik me even voorstellen. Ik ben Jantje Brongers-Hindriks, dochter van Jakobus Hindriks en Hadina Deuring. Ik ben in Gasselternijveen geboren (Boerveen) en heb er tot mijn zeventiende gewoond. In de oorlog woonden wij aan een zandpad achter de woningen aan de landskant, waar later Luchien Deuring woonde. Wij, pap, mam, mijn broer Jan en ik, woonden daar vanaf april 1940. Mam haar zus, onze tante Mien, woonde de laatste anderhalf jaar van de tweede wereldoorlog met haar dochtertje Annechien bij ons in huis. Tante Mien haar man was in Duitsland te werk gesteld. Ze woonden in Baarn en daar was het gevaar groter en de levensmiddelen begonnen schaarser te worden. Bij ons zou het veiliger voor haar en haar kind zijn en er was ook wat gemakkelijker aan eten te komen. Wij huurden een gedeelte van het huis van vrouw Jonkman. Drie bedsteden hadden we en voor Annechien kwam er een ledikantje in de kamer. Tante was een kordate vrouw maar ze had al veel van de oorlog meegemaakt en ze was daardoor bang voor onweerknallen. Meestal bleven pap en mam gewoon doorslapen maar tante Mien riep ze wakker en wilde dat ze er uit kwamen. Dat gaf nog wel eens wat woorden tussen de zussen. Dan zei mam dat de bui al richting de Dollard vertrok en het alleen gevaarlijk was als de Dollard hem vanwege hoog water niet aannam en de bui terug kwam. Mijn nicht, Jantientje Meijeringh, vertelde me dat ze voor op't Spoor een tekst ging aanleveren. 2013 - 29 Jantj e Brengers

Geheugen van Drenthe

op 't Spoor | 2013 | | pagina 9