flitsen uit de Tweede Wereldoorlog 32 25 december 1944 26 oktober 1944 Honger was er in Gasselte eigenlijk niet. Altijd was er melk, meel en aardappelen en vaak ook nog wel een stukje vlees of spek. Maar elke dag tarwepap werd wel eentonig. We maakten stroop uit suiker bieten. Op zelfgemaakte raspen, een stuk blik, voorzien van voldoende spijkergaten, werden de bieten versnipperd en daarna gekookt. Het resultaat was niet geweldig en niet voor herhaling vatbaar. Een belangrijke zelfvoorziening lag in de tabaksteelt. Toen tabak niet meer te krijgen was, verbouwde bijna iedereen zelf zijn Virginia of Amersfoorter. De fanatiekelingen gingen ook nog fermenteren en sommigen probeerden "echte" sigaren te maken. Bij ons thuis ging het wat eenvoudiger toe. Als de planten groot genoeg waren en ongeveer rijp, trok vader ze uit de grond en hing ze ondersteboven in de schuur te drogen. Met z'n tabaksdoos eronder stroopte hij 's morgens wat bladeren van de stronk en was hij weer voor een dag gered. "Geen elektrisch licht meer. Maar ook kaarsjes zijn op. Olielampjes brengen een heel klein beetje licht in de duisternis". Begin september 1944 waren er veel geruchten over de opmars van de Geallieerden in het zuiden. Breda, Eindhoven, Rotterdam en andere steden werden genoemd als bevrijde gebieden. Binnen zeven dagen zou heel Nederland verlost zijn van de bezetter. Al vrij snel bleek, dat die gedachte niet helemaal correct was, want de opmars was ergens ten zuiden van de grote rivieren tot staan gebracht. Met name het westen van ons land had nog een barre hongerwinter voor de boeg, die duizenden slachtoffers zou eisen. Het gebrek aan voedsel en brandstof was heel groot. Ook het oosten en het noorden kregen "eterhalers" op bezoek en ik herinner mij nog heel goed, dat mevrouw Veermans uit Rotterdam, met de fiets aan de hand, ons "dammegie" inkwam. Het kordate vrouwtje volbracht, op zoek naar vlees, meel en boter, diverse keren de voet- en fietstocht van Rotterdam naar Drenthe en zelfs Oost-Groningen. Zo'n tocht kostte haar meestal een week of langer, met de kans dat haar spullen bij een controle op de IJsselbrug bij Zwolle in beslag werden genomen. Maar zij hield vol en zo sleepte zij zich, samen met haar man en zoon, door de hongerwinter. Sa mengesteld door de heer A.B. Hadderingh, uit een oud schoolschrift.

Geheugen van Drenthe

op 't Spoor | 2013 | | pagina 12