30
En toen op een nacht in 1944 was er een luchtgevecht. Wij hoorden
er niets van maar tante Mien lag wakker. En toen er ineens een gegier
en een dreun volgden stond tante Mien met Annechien op haar arm
voor de bedstee en riep de gedenkwaardige woorden:
"En komen jullie er nu dan uit, dat was een bom!"
We stonden er al want het hele huis trilde. Pap deed voorzichtig de
deur open en daar stonden we op de stoep in pikkedonker te rillen.
Het was spertijd dus mocht je niet op pad maar we hoorden zacht
gepraat van buren aan de landskant. Pap ging er voorzichtig naar toe
maar werd er niet wijzer van. Bij een huis lagen kluiten modder en
men dacht dat de bom richting Schreierswijk gevallen was.
Alles bleef verder stil, geen Duitser in de buurt, nergens brand, dus
gingen we de bedstee weer in. Het was nog donker de volgende
morgen toen pap naar zijn werk ging. Jan en ik hoefden niet naar
school dus we sliepen allemaal langer. Totdat vrouw Jonkman aan het
raam tikte en riep: "Most eruut kommen Dien (mam) er lop allemaol
volk veur 't huus." En toen bleek dat de bom op zo’n vijftig meter
voor ons huis gevallen was. Hij had een diepe krater geslagen en was
in de grond ontploft. De opmerking van tante Mien was; het was hier
toch veiliger voor ons?