98
Lucedith@gmail.com
dagenlang ons gedeelte van het dorp af van de dorpskern.
Aanwonende boeren probeerden met tractoren en graafgerei een pad
schoon te maken en natuurlijk hielpen ook mijn vader, mijn broer en
andere buren mee. Urenlang stonden ze elke dag sneeuw te
scheppen en te schuiven, zodat we in dit gedeelte van het dorp ook
maar enigszins bevoorraad konden worden. Dagen later pas was er
een heel smalle verbindingsgang naar het dorp gemaakt en konden
bakker en melkboer weer leveren.
In die jaren werd de molen ook afgebroken en moest plaats maken
voor een grote loods, waar mijn vader en broer hun veevoeder-
productie konden uitbreiden. Dat heeft nogal wat voeten in de aarde
gehad, want de molen was ondertussen een monument geworden.
Uiteindelijk werd ze dan opgekocht door de stichting 'De Nederlandse
molen’ of zoiets en steen voor steen afgebroken. Stenen en wieken
werden opgeslagen op het terrein achter de oude lagere school die
vlak bij de toenmalige spoorbaan lag. In 1960 werd ze weer
herbouwd en omdat het vakantie tijd was, mocht ik de molenmaker
Medendorp, helpen bij het opbouwen van de molen. Die hele lange
en warme zomer werkte, nee zwoegde, ik met touwen en
gebitumeerde balken en planken en zagen en werd zo bruin als een
Maleier en kreeg, ik werkte zonder loon, aan het eind van die zomer
een brommer. Ik heb daar nauwelijks een jaar 'plezier’ van gehad, ik
had en heb het niet zo op brommers. Toen werd ik achttien, ging bij
de marine en bezocht nog sporadisch het ouderlijk huis. In 1977
overleed Jans Graver, de laatste echte molenaar van Gasselter-
nijveen, toch nog plotseling. Ik was aan de wal en ging de dag
daarop in alle vroegte naar mijn geboortedorp. Toen de GADO bus
het dorp binnenreed zag ik dat de wieken in 'rouwstand’ waren
gezet. Een mooi symbool!
Ook mijn vader en mijn broer, die samen mijn vaders bedrijf
bestierden, konden hun producten zo weer uitventen naar hun
klanten. In die dagen kwamen zelfs de anders o zo schuwe reeën uit
hun schuilplaatsen naar de bewoonde wereld, om voedsel te zoeken.
Pa had een voederplek ingericht, beschut voor de wind. Voer en lauw
water voerde hij geregeld aan en na een dag of wat aten de
schichtige beesten uit zijn hand!
Mochten er mensen zijn die willen reageren op dit verhaal, die
weten wie waar is en/of persoonlijk contact willen, of weten waar
nog een adres is voor echte 'dreuge’ worst, contact me dan via