94
moeder tegengekomen en hij had haar gevraagd om in de
draaimolen mee te gaan. Een gevleugeld woord in ons gezin was dan
ook de manier waarop die uitnodiging was gegaan: "Ev'n draai'n
zus?” Ze waren getrouwd, hadden de zaak opgebouwd in
Drouwenerveen en konden later de molen overnemen. Dat had nogal
wat voeten in de aarde. Het verhaal, zoals ik dat reconstrueer uit de
verhalen van mijn moeder, was als volgt:
In die jaren, het was volop crisistijd, stapte je niet even makkelijk
een bank binnen om te vragen: "Doe me even geld? Mijn vader
maakte een soort 'businessplan" zoals dat nu genoemd zou worden
en trok ermee naar Leeuwarden, waar de Koopmans meelfabrieken
stonden. Nu bekend van allerlei bakproducten, maar toen nog een
hele grote speler op de veevoeder markt. Hij legde zijn plan voor,
vroeg om een lening en werd naar huis gestuurd met de uitleg dat
hij van hen zou horen. Een week later stond de oude heer Koopman
zelf, volgens mijn moeder, op de stoep en bekeek het hele huis van
top tot teen. Opende laatjes in de keuken, snuffelde in de linnenkast,
bezocht de badkamer en na dat alles gedaan te hebben dronken mijn
ouders koffie met de oude directeur. Hij ging akkoord met de lening,
vertelde hij. Dat deed hij omdat hij zich er persoonlijk van had
overtuigd dat de huisvrouw een flinke was, die het huis kon bestieren
en dus haar man wel terzijde zou staan. Tja, een apart verhaal, maar
het waren aparte tijden, moet je maar rekenen.
Ondertussen waren mijn oudste zus en mijn broer al geboren.
Het huisje aan de Hoofdstraat werd bewoond, de zaak werd
langzaam opgebouwd en toen kwam de oorlog. Er werd later niet al
te veel over die oorlog gepraat in ons gezin. Ja, natuurlijk, iedereen
had nog een hekel aan de moffen en de NSB'ers waren ook geen
besten. De oorlog heeft het noorden niet veel aangedaan, denk ik.
Ik moet daar voorzichtig mee zijn, dat begrijp ik, ik ben geen kenner
van dat tijdvak. Maar een hongerwinter hebben we niet gekend en
volgens mij waren bombardementen ook geen dagelijkse zaken. Wel
weet ik dat mijn ouders altijd met iets van medelijden over NSB'ers
spraken. Ze waren zelf niet 'fout', daar ben ik van overtuigd, maar ze
legden vaak uit dat de crisisjaren vooral het straatarme Drenthe hard
had getroffen. Toen Mussert, voorman van de 'Beweging', de
veenarbeiders, dagloners en keuterboertjes dan ook in felle
toespraken beloofde dat hij hen betere omstandigheden beloofde,
was het duidelijk dat velen van die armoedige mensen, zoals ik ze
maar even noem, hun heil (mij valt dat woord nu ook op) zochten bij
de zwarthemden.