2011 - 33
wilde ik niet wonen. Ook daar was woningnood. Op een gegeven
moment werd ik ook zwanger en zijn wij in juli 1955 getrouwd.
Maar ook toen nog steeds geen woning. Wij hebben nog 1/ jaar bij
mijn ouders ingewoond. In 1950 kwam mijn jongste broer weer
thuis uit Indonesië en in 1953 ging mijn broer Job met zijn gezin
emigreren naar Australië. Er wilden meer gezinnen mee, maar mijn
broer ging als eerste en niemand is hem nagegaan. Niets leuk. Zij
hebben het jaren moeilijk gehad, maar een weg terug voor hen
was er niet. Toen kwam ook het kleine huisje weer leeg te staan en
na een kleine verbouwing zijn mijn ouders er weer gaan wonen.
Eén van mijn andere broers heeft toen het grote huis gekocht en
heeft daar een kuikenmesterij gehad. Helaas liep dat na enkele
jaren minder goed af en kwam het huis door verkoop in andere
handen.
Voordat mijn broer naar Australië ging, hadden wij nog een paar
drukke jaren thuis. De periode van de pootaardappelen kwam op
gang. Dat ging mijn vader ook proberen en met succes. Hij zat
altijd in de hoogste klasse ermee. Er moest veel gesorteerd
worden. Dat gebeurde in de schuur, met hulp, maar het laatste
klusje was voor mij. De aardappelen kwamen allemaal in zakken en
die moesten dicht genaaid worden. Tegenwoordig gaat dat
machinaal, maar toen gebeurde dat nog met de hand. De naald
bewaar ik nog als herinnering en het werk vond ik nog wel leuk
ook.
Ik schreef al dat wij in 1955 getrouwd waren en in 1956 werd
onze dochter Tina geboren. Eindelijk kregen wij na 1/ jaar
inwoning bij mijn ouders, een woning. Het was aan de Vaart 81 in
Gasselternijveen, bij de gezusters Salomons, Jantien en Fenna.
Vroeger hadden ze een klein kruidenierswinkeltje. Voor zover ik
weet uit de verhalen maakte Jantien (de oudste) ook hoeden en
Fenna gaf handwerkles. Maar toen wij er kwamen wonen, waren zij
denk ik niet ver van de 80 jaar af. Het was een gedeelte van hun
woning die ze verhuurden. Veel ruimte was er niet, één grote
kamer, vijf bij vijf meter, twee bedsteden, één als slaapplaats, één
als kledingkast, een klein kastje en een inloopkast, tevens ingang
tot de kelder, die we deelden met de dames. Een hoge schoor-
waar de zakken van de pootaardappelen mee dicht worden genaaid