door Lammert Huizing 15 14 Hoog Hoogeveen-gehalte in ’Als een god in Drenthe’ In hetzelfde troosteloze gebied is ook de vertelling 'Dove Peter en Dove Waan- der’ gesitueerd van Lammen Huizing, oud-hoofdredacteur van de Hoogeveensche Courant. In de bundel staan verder nog bijdragen van Jaap Boerdam en Herman Besse laar. 'Wij speelden laatst in Hoogeveen. Na de voorstelling had ik geen zin naar mijn hotel te gaan, dus ik dacht: ik ga nog even de stad in. Maar ’de stad in’ betekent in Hoogeveen: de Hoofdstraat op.’ De plaats en mensen uit Hoogeveen figureren in diverse bijdragen. In Een steen des aanstoots’ doet John Jansen van Galen verslag van een bezoek aan Tiendeveen en Hollandscheveld en zijn ontmoeting met ’de meubelmaker Bertus ten Caat - voor het jongere antiek’, die een boek schreef over het drama van de Vrije Boeren van 1963. Jansen van Galen heeft het over de in brand gestoken boerderij aan het Opgaande van Klaas Veldman in plaats van Klaas Hartman. De uitgever heeft met de bundeling van zoveel mooiste verhalen’, maar verschil lend geaarde bijdragen, een gouden greep gedaan. Als een god in Drenthe' zal zijn weg onder de lezers in Drenthe zeker vinden. Magistraal is de bijdrage Pan onder de mensen’ van de Friese romancier Theun de Vries. Het speelt zich af achter hel Zweelose, in een buurtschap van verstrooi de hofstedetjes die men na de Krimoorlog Sebastopol had genoemd'. De bundel is onderdeel van een serie, waarin onder andere alle provincies van ons land aan bod komen. Van bekende en minder bekende schrijvers zijn eerder ver schenen verhalen opgenomen, die allemaal een raakvlak hebben met de provincie uit de titel. In 'Als een god in Drenthe' staan zestien verhalen, zowel van levende als van overleden schrijvers. Opmerkelijk is het hoge Hoogeveen-gehalte in de Drentse bundel. Evert Zandstra citeert in ’Geit gluurt door de schoorsteen' uit de 120 jaar oude brieven van Vincent van Gogh, die toen onder meer in Hoogeveen was. Van de grote schilder zelf zijn alle brieven, geschreven in en over Hoogeveen aan zijn broer Theo, opgenomen. 'Gelukkig dragen de mannen hier korte broeken, wat de vorm van 't been doet uitkomen. De bewegingen meer expressief maakt. zal ik u vertellen hoe men hier bv. schuiten ziet door mannen, vrouwen, kinderen, witte of zwarte paarden getrokken met turf geladen, midden in de hei...’ Bob den Uyl signaleert als verslaggever rond de Asser TT moreel verval'. Anne marie Oster schrijft in een brief aan haar oma over het wel en wee van het door deze gestichte landhuis De Moere in Grolloo. De bekende natuurschrijver Koos van Zomeren geelt in 'Hier gedijt het Schoone- beker schaap’ een poëtische impressie van natuurbeheer en natuurbescherming in Drenthe. De hilarische ’Jeugdherinneringen' van wijlen Jan Fabricius spelen meer dan een eeuw geleden in Assen, waar hij zijn carrière begon als leerjongen bij de Provinci ale Drentsche en Asser Courant. Lévi Weemoedt brengt in 'Een Drentse idylle’ een bezoek aan Borger, 'waar de hand van de VVV zwaar drukte, zoals die drukt op de hele provincie Drenthe. Een voormalige veenkolonie werd een VVV-kolonie. Zonder turf maar met een dikke laag nostalgisch slijm over het landschap’. De VVV noemt hij "het Riagg voor verveelde vakantiegangers. De club die van iedere scheet of schapekeutel een bezienswaardigheid maakt en Drente heeft overgeschilderd tot wat het nu in de zomer is. Het land van Bartje, koffie met een hunebedje. een trechterbeker met ijs en een halfje fijn folklore uit de Aolde Bakkerij.’ Zo begint het verhaal 'Hoogeveen' van de cabaretier Paul van Vliet, waarmee de bij Bruna Uitgevers verschenen bundel 'Als een god in Drenthe' wordt afgesloten. In ruim drie pagina’s beschrijft Paul van Vliet de ’indringende’ dialoog, die hij voert met een meisje aan de bar in een discotheek. Klassiek zijn de bijdragen van drie overleden auteurs: Ellert en Brammen’ van de bekende folklorist dr. Tjaard W. R. de Haan. ’Bartje’ van Anne de Vries en 'Zoals het vroeger was... in mei en juni' vanH.C. van Dockum, de schrijversnaam van Hendrik Clewitz.

Geheugen van Drenthe

De Veenmol | 2013 | | pagina 9