57 56 Mijn herinneringen aan Wolfsbosstraat 13 door Joop Fidom Achter het huis hadden we drie schuur jes. De mooiste van de drie had voor Van Genne gediend als werkplaats (schoennakerij). Dit schuurtje had veel ramen met uitzicht op het fietspad dat langs ons luis liep (de Bentincksdijk). Het had een betonnen vloer en de mogelijkheid om een kacheltje te stoken. In 1951 konden mijn ouders dit huis huren van de gemeente Hoogeveen. Die had het gekocht van de familie Van Genne, die er tot dan toe had gewoond. Het huis had twee kamers aan de voorkant van het huis. De linkerkamer had twee ramen, de rechterkamer een raam en een deur (de voordeur). Achter de rechterkamer op de foto was een keuken, waarin ook de trapopgang naar boven was. Achter de linkerkamer was een zogenaamd alkoof met een bedstee (een echte) en daaronder een kelder. De twee kamers waren door een deur met elkaar verbonden. Dat was erg fijn, want mijn zus Alie was erg ziek. Zij lag in de linkerkamer en werd daar verzorgd/verpleegd. In 1952 is zij overleden. Dat is het adres van het huis op de foto in de Veenmol 2012-3 in de rubriek ‘Hoe het toen was....en nu is'. Dit adres staat in mijn geheugen gegrift. Dat is niet zo vreemd als je weet dat ik op dit adres gewoond heb vanaf mijn zevende levensjaar tot aan mijn huwelijksdag (1966). Mijn naam is Joop Fidom. Geboren en getogen in Hoogeveen, nu woonachtig in Meppel. De inzendtermijn voor de Veenmol 2012-4 was voorbij voordat ik er op verdacht was. Vandaar mijn -verlate- bijdrage in dit nummer van de Veenmol. Later heeft mijn vader die tussendeur dichtgemaakt waardoor dubbele bewoning mogelijk w erd. Ook de voordeur was van binnen dichtgemaakt. Je kon van binnen uit niet meer zien dat daar deuren zaten. Op de foto op pagina 232 is dat zichtbaar in het raam boven de deur. De bovenverdieping bestond uit een grote zolder en twee slaapkamers. Boven de slaapkamers was een vliering, waarop mijn vader zoete appels liet drogen. De tussenwand van deze slaapkamers bestond uil een latwerk, bespannen met jute en daarover behang. Het linkerbovenraam op de foto was het raam van mijn slaapkamer. Het wonen in dit huis bracht enkele sociaal/maatschappelijke verplichtingen met zich mee. De eerste was dat wij als brugwachter moesten functioneren. De brug die voor ons huis lag moesten wij bedienen (de oude trambrug). Dat was wel leuk om te doen, maar soms ook heel lastig. De brug moest handmatig met een lier met een stalen kabel omhoog gedraaid w orden. De brug had een houten dek. Wanneer het in de zomer een tijdje mooi zonnig en warm weer was. droogde het hout erg uit. Daardoor werd het brugdek een stuk lichter in gewicht. Het omhoog draaien ging dan heel gemakkelijk. Sterker nog. dat hoefde helemaal niet, als je de ‘klin ken’ losgooide ging de brug vanzelf omhoog. Om hem weer naar beneden te krij gen moesten we er tegen op lopen, soms met meerdere mensen tegelijk, omdat hij anders niet weer omlaag te krijgen was. We haalden dan een of meer zware ijzeren ballastplaten ‘contragewichten’ uit de achterkant van hel bovenstuk van de brug. Maar als het dan weer een tijdje ging regenen of er lag sneeuw, dan was hij weer niet naar boven te krijgen. Dan moest je met z'n tweeën of z’n drieën aan de lier draaien. Dan moesten de contragewichten er weer in. Achter de schuurtjes lag een grote boomgaard, die wij de appelhof noemden. Er stonden verschillende soorten appelbomen, perenbomen en pruimenbomen. Wel een stuk of tien a twaalf. Ook stonden er allerlei bessenstruiken, rode, witte, zwar te bessen en heerlijke kruisbessen. Aan de andere kant van het fietspad was onze tuin, een hele grote. De hele wintervoorraad aardappelen werd daar verbouwd, maar ook allerlei soorten groente. En het voorste stuk, naast het transformator- huisje (zichtbaar op de foto op pag 233, Veenmol 2012-4) was bloementuin, niet zozeer een siertuin. maar vooral voor snijbloemen zoals gladiolen, dahlia's, asters enzovoort. Langs beide tuinen lag over de hele lengte en breedte een brede hoge ligusterhaag. Ik heb toen heggen leren knippen. Het was mijn taak om twee keer per jaar die heggen er recht en strak uit te laten zien. Van elektrische heggenscha ren hadden wij toen nog nooit gehoord. Woonruimte Toen mijn oudste zus Lammie trouwde (met Aaiden Grappen) was dit schuur tje geschikt gemaakt als woonruimte. Ze hebben daar het eerste halfjaar van hun huwelijk gewoond. Na het overlijden van Alie zijn zij verhuisd naar de linkerka mer van ons huis. Zij kregen daar huneerste kind, het eerste kleinkind van mijn ouders. Later heeft in die kamer mijn tweede zus. Bertha (met haar man Wim Karssies) gewoond. Ook zij kregen hiei hun eerste kind. Nog later heeft mijn broer Bcrtus (met zijn vrouw Jannie van Egten) er gewoond en zij kregen daar ook hun eerste kind. Daarna hebben mijn ouders de kamer een tijdlang verhuurd aan Mar- rie Goudemond. Na een paar jaar is die verhuisd naar Wognum in Noord-Holland.

Geheugen van Drenthe

De Veenmol | 2013 | | pagina 30