S 3 I 1 13 «y 3 u s J CE „VE --98 I A 3. 14 22 24 —a s C 3 J 3 3 s 1O 57 56 8 Cn O s De bezoekers hebben het over het hele gebied van de Compagnie zo lijkt het. Of ze weten dat binnen de Compagnie zojuist twee partijen zijn ontstaan met eigen venen, laten ze niet merken en mogelijk weten ze het ook niet. Alhoewel een ande re bron suggereert dat beide partijen op dat moment al eigen ‘officieren’ hebben, melden ze huizen van de veenmeester en de penningmeester, de in Smilde gebrui kelijke benaming voor de functionaris die bij Echten rentmeester wordt genoemd. Het kan zijn dat deze officieren juni 1634 nog niet zijn aangesteld of nog niet in de veenderij wonen. 2 8 -3 Mogelijke kleuring Wat leveren de in het journaal gevonden gegevens nu bij eerste beschouwing op. dus zonder verdere berekeningen, reconstructies of verregaande confrontaties met de context? De bezoekers verschaffen een onverwachte blik op het begin van de latere kolonie. Het zijn weliswaar flinters, maar nergens anders worden we zo direct ingelicht over de stand van zaken. Daarbij moet wel in het achterhoofd gehouden worden dat deze informatie als gezegd partijdig zou kunnen zijn. Dat geldt voor de in de veenderij verschafte gegevens en ook de weergave in het ver slag zou om bepaalde redenen gekleurd kunnen zijn. a Officieren Interessant zijn de opmerkingen over de huizen, tuinen en beplantingen op het afgegraven veen en ze zijn niet in overeenstemming met het boven genoemde recent gegeven beeld van de bewoning in deze tijd. Dat er al huizen staan was wel bekend, maar niet dat het er zoveel waren en pas in 1636 wordt er in de verslagen weer over huizen gesproken. De bezoekers menen dat de door hen waargenomen huizen al goeddeels bewoond zijn. De meeste zullen langs het zuid-noord lopende opgaande (al snel de Grift voor de Huizen, later Streek de Huizen en Hoofdstraat genoemd) gestaan hebben, mogelijk een aantal in het Pesser Veen. Waarschijnlijk zijn het grotendeels huizen met twee woningen. Turfproductie Wanneer de Smilder participanten arriveren is het graafseizoen al meer dan twee maanden gaande. De 300.000 manden met turven hebben ze natuurlijk niet zelf geteld, maar is de productie die hen door de jonker of een van de officieren in het veen is meegedeeld. Ik denk dat die ook niet in manden is gegeven, maar dat was Onduidelijk blijft vooreerst of de Spiegels hel niet hebben over de grond en de gewassen in het kleine Westerveen van Roeloff van Egten. dichterbij zijn have- zathe. Want in de vergadering van de Compagnie van september 1632 wordt voor het eerst gesproken over het in cultuur brengen van een wijk veen. Dan is voorjaar 1633 wel wat vroeg voor de verwondering van het echtpaar. De infor matie over het bezoek van het jaar daarop betreft neem ik aan wel het gebied van de Compagnie van de Echtense Veenen in het Oosterveen, zie kaartje). Die mededelingen geven de indruk dat in dat veen veel harder gewerkt is dan tot nu wel gedacht. «ane I \s ...y g ui t 13 5 LS -5 n s 93 t ir s 5 1 1

Geheugen van Drenthe

De Veenmol | 2008 | | pagina 30