Tineke (en Kate-Hoekstra. Drenten REACTIES Flitser Nijstad 49 48 gaon liggen. En as ie een hond hebt, waor ie bange veur bint, dan gao ie daor maor zo niet laankuut bij liggen. Japie vund dat wel een wies gezegde van zien va. Fijne maar enerverende jaren op de HBS door Ger Huizing, in de Veenmol 2007-2 in beeld is (achteraan) Dit optreden vond plaats op 29 juni 1952. de verjaardag van Prins Bernhard. Met veel plezier heb ik. en ongetwijfeld velen met mij. dit artikel gelezen. Ger wist op originele wijze in het verleden te duiken en een schoolsfeer weer te geven, die hoog in het vaandel stond. Toch ben ik zo vrij nog een aanvulling en een correctie te geven op deze Herinne ringen. Want m.i. zijn de gegevens van het op blz. 95 genoemde bestuur van H2C (de HBS club), wat de periode 1953/54 betreft, niet helemaal juist. Er kunnen toch geen twee voorzitters in hetzelfde jaar geweest zijn? Mijn conclusie is vooreerst dat de vijf tussen 1632 en 1637 nieuw aangelegde verlaten in de grift tussen Houte Wambas en het veen, twee x twee punt-of draai deuren hebben. Probleem vormt de uitvoering van de waterkeringen van de ove rige 7 in 1637 aanwezige verlaten tussen Houte Wambas en Meppel. Het lijkt me dat ze dan allemaal 2 puntdeuren in de bovenste (de oostelijke of bovenstroomse) waterkering hebben (afb. IHet 8e verlaat heeft ook puntdeuren in de beneden- waterkering (westelijk of benedenstrooms). De overige verlaten in dit deel van de vaart hebben wellicht een hefdeur met opw indmechanisme als benedenafsluiting (afb. 2). Over de constructie van I7e eeuwse kunstwerken in waterwegen blijkt heel weinig informatie aanwezig en de spaarzame literatuur baseert zich bij de bespreking van juist deze verlaten met punt- of hefdeuren vooral op Drentse gegevens afkomstig uit de journalen van de Smilder vervening. Nauwkeurige en gedetailleerde verge lijking met Smilder gegevens kan ook de kennis over de schipvaart tussen Meppel en het Echtener Veen, waarover we veel minder weten, vergroten. Daarbij kan elk nieuw gevonden of belicht feitje het beeld w eer veranderen. Ik w il dan ook nog maals opmerken dat deze conclusies voorlopig en voer voor discussie zijn. Hij zet in de leste tied dat magie van de schole haoste nooit meer. Want die is voortdadelijk toen ze uuteleerd was bij de meister, gaon denen bij een dikke boer. Hij sprek heur maor een doodenkele keer en het bevalt heur nogal aordig good, al is de boerinne nogal wat een kakmadam. Ze gaot mit zien beident nooit ies meer kuiem. Het is heur aanders allied best bevallen. Hij mut nogal ies vake an die mooie tied deinken. En dan komp hij onge markt weer terechte bij die grote keie. waor ze zoveule wille had hebt. Hij zet het nog zo veur hum. net of het gistern gebeurd is. Hij hef heur toen veur de gek hollen mit die nachtegaal, dat allemaole kikkerlawaai was. Hij zet heur nog net zo zitten, mit de lippe op 't darde knoopsgat. Maor de dikke keie hef toen alles weer good emaakt. Dat is nou allemaole verleden tied. Maor t was wel een mooie tied. Het gaat nadrukkelijk alleen over de eerste openlegging van het Echtener Veen, de jaren tot en met 1637. Over de schipvaart en de verlaten uit die periode wordt in de beslaande literatuur nogal uiteenlopende en naar mijn mening deels onjuiste informatie verschaft. De gebruikte begrippen werken ook verwarring in de hand. Op basis van vooral bronnenonderzoek meen ik dat er in 1637 in ieder geval 11 functionerende vallaten (verlaten) in de vaan aanwezig waren en waarschijnlijk 12. Alle met een schutkolk (sluis), dus met twee waterkeringen. De constructie van deze waterkeringen, van belang in het bestaan van de vele passerende schip pers en van de verlaatslui, is moeilijker vast te stellen. Naschrift vroegste vallaten en schipvaart Aanleiding om nog even terug te komen op mijn artikel in all. 4 van 2007 is dat per abuis de plaatjes van de twee verlaten op de pagina’s 230-31 verw isseld zijn. De tekening van p. 231 hoort dus bij tekst alb. 1 enz.. De met hel onderwerp vertrouwde lezer zal dit snel duidelijk zijn geweest, maar voor de niet-ingewijde belangstellende lezer zal deze verwisseling het toch al niet eenvoudig te volgen onderzoeksverslag wellicht niet toegankelijker gemaakt hebben. Mede daarom is het misschien goed het verhaal hier nog eens kort samen te vatten, want een echte samenvatting ontbrak in genoemd artikel. Omdat de uit Dedemsvaart afkomstige Riekle Wiersma in het voorjaar van 1953 voor het komende schooljaar gekozen werd als nieuwe voorzitter van de HBS- club, lijkt het me onwaarschijnlijk dat Rob Houwer in dat zelfde jaar eveneens aantrad. Wellicht was dal een jaar later. Riekle Wiersma volgde Jelle Kingma in het genoemde jaar als voorzitter op en wist de volgende informatie te geven: Onder het voorzitterschap van Jelle Kingma werden de feestelijkheden rondom het jaarlijkse schoolfeest afgelast vanwege de w atersnoodramp in Zeeland op I februari 1953. Toen Riekle hem opvolgde werd het programma van de 'fuif* van het voorgaande jaar doorgeschoven en het toneel stuk van toen in zijn’jaar alsnog opgevoerd. Daar ik de school inmiddels verlaten had. was ik geen getuige meer van het gevecht voor het nieuwe voorzittersschap 1954 /'55. maar hel is bijzonder leuk nog te vernemen hoe groot het enthousiasme was en hoe de strijd zich ontwik kelde! In dezelfde Veenmol op blz. 98 is het misschien aardig nog te vermelden, dat op de foto van de Weense dans naast de andere reeds genoemden. Guus Krabbe ook

Geheugen van Drenthe

De Veenmol | 2008 | | pagina 26