Grote mannen in hor
Werk komer
Eera R.kster Ediki
28
29
48 yarsa-s 23 He 1941
Tot op de dag van vandaag is Kremboong een suikerrietplantage bij Soerabaja op
Java. Van 1848 tot 1857 exploiteerde Frederik s’ Jacob de suikeronderneming. In
Nederland kocht s' Jacob 250 hectare van het Drijbersche Heideveld. Bosbaas van
de vervener Johan Coenraad Rahder, Evert Kersten, kwam met een aantal arbeiders
in dienst van s’ Jacob. De grond van het heideveld werd geschikt gemaakt voor de
aanleg van een dennen- en sparrenbos. Bosvakken met paden en rabatten werden
aangelegd en gegraven. De rabatten, verhoogde delen omgeven door greppels, zijn
in het huidige Kremboongbos nog te zien. Het bos groeide uit tot een woud waar
in je volgens oudere Hoogeveners gemakkelijk kon verdwalen. Nadat Frederik s’
Jacob in 1901 was overleden, nam zijn zoon Frederik Bernard het beheer van het
Kremboongbos over. Hij overleed in 1935. Zijn kinderen verkochten het hout aan de
inderhaast opgerichte firma Rondhouthandel Kremboong, gevestigd in Steenwijk.
Het bos werd gekapt en dat heeft lot heel wat protesten in Tiendeveen en Hoogeveen
geleid. Sabotage tijdens de kap was aan de orde van de dag. De familie s’ Jacob bood
in 1938 de ondergrond van Kremboong te koop aan in de Hoogeveensche Courant.
De Groninger boerenfamilie Ubbens kocht de grond. In het kader van de werkver
schaffing kon Ubbens 90 procent rijkssubsidie krijgen, mede door tussenkomst van
de Heidemij. Er kwamen barakken op Kremboong. Arbeiders uit o.a. Den Haag en
Emmen ontgonnen de grond. Ze moesten de stobben opruimen en de grond 90 cen
timeter omgooien. Het gekapte, maar nog niet ontgonnen deel van het bos groeide
spontaan weer op. Er ontstond een dichte opslag van berken, eiken en vogelkers.
Joodse dwangarbeiders
Begin 1942 kw am de Duitse bezetter met een macaber masterplan. Ze richtten meer
dan veertig werkkampen op onder Nederlandse leiding. De organisatie berustte bij
de gewestelijke arbeidsbureaus, de Rijksdienst voor Werkverruiming, de Joodse
Raad en de Nederlandsche Heidemaatschappij. In Drenthe kwamen o.a. rijkswerk-
kampen bij Vledder. Fochteloo en op het Kremboong. Joodse mannen van 18-65
jaar ontvingen een oproep om als dwangarbeider dienst te doen in de ontginning
van heidegronden. Heel slim en geleidelijk w erd de leiding van de kampen overge
nomen door SS-ers en NSB-ers. Uiteindelijk werden de dwangarbeiders afgevoerd
naar Kamp Westerbork en dat betekende Auschwitz.
les Jacobs, geboren in 1918. kreeg de oproep van de Heidemij op 5 februari 1942.
Hij moest zich op die datum met 200 andere Joden vervoegen op het Centraal
Station in Amsterdam. Vanaf het station in Hoogeveen moesten de mannen lopend
naar Kremboong. Met zijn maat Sem Schatz en zes andere Joden kwam hij in
barak 15. Het eten was belabberd, de hygiëne slecht, maar af en toe kreeg Jacobs
een pakket van familie of zijn vriendin Hetty uit Amsterdam. Ook stuurden ze
zijn viool en tekengerei. Met ploegbaas Smit uit Hoogeveen trokken de mannen
iedere ochtend het veld in om stobben te ruimen en te spitten. Jacobs beschrijft
de plaggenhutten rond Kremboong. Enkele boeren gaven de arbeiders ‘s morgens
roggepap uit medelijden. Van Smit kregen ze aardappels die ze boven een vuurtje
poften. les en Sem konden bij boer Hilbert Pekel, die in een plaggenhut richting
Tiendeveen woonde, terecht voor een dikke plak Jan in de zak. varkensbloed ver
mengd met roggemeel, gekookt in een linnen zak.
De redackeur, Prhsieke medenwerker
Uitgever: enz.enz Ye. oil bleo
Clan den qrbeid
Een van de vele tekeningen van les Jacobs over hel kampleven in Kamp Kivmboong.
(Uit: Overleven een Kunst. Boom 2007)
IFAMFLTs