19 18 Duizenden guldens over de balk Eindelijk, in 1953 vroeg het gemeente raadslid Sjoerd Haagsma aan B. en W. of het niet beter was om circusvoorstel lingen. die voor 80 procent door inwo ners van Hoogeveen worden bezocht, in de kom der gemeente te laten hou den. Op de aard van het gebodene zou den B. en W. zo nodig invloed kunnen uitoefenen terwijl eventuele voorstel lingen op zondag konden worden ver- Mijn eerste ontmoeting met het circus in 1952 Als jongen speelde ik vaak met vrien- den bij het station, vooral bij Van Gend en Loos. Daar mochten we mee op de paard-en-wagens van Ballast en Pol om pakketjes rond te brengen. Deze firma verzorgde hier hel vervoer voor Van Gend en Loos. Op een dag. toen ik w eer op weg was naar het station, stond er op de Pesserstraat, vanaf de Fordgarage van Jelle Kip tot over de spoorwegover gang een lange bonte karavaan. Deze bestond uit enorme trailers voor de oli fanten. roofdieren, paarden, een bassin wagen voor het nijlpaard en de ijsberen, materiaalwagens, woon-, slaap- en keu kenwagens. garderobe-, bureau-, direc tie- en kassawagens. Tenslotte kwam de truck met het kanon waaruit Miss Atomia (het vrouwelijk projectiel) werd geschoten. Het reuzencircus van Jos Mullens was voor enkele dagen neerge streken in Hoogeveen. Op het land van Homan verrees een bont en kleurrijk circusdorp met een daverend nonstop programma van klassieke nummers zoals Mullens paardenglorie. gew aagde dressuurstaaltjes met olifanten, ijsbe ren. leeuwen, tijgers en chimpansees, vliegende trapeze en Miss Atomia. Aan belangstelling voor Circus Mullens w as geen gebrek, want alle voorstellingen waren uitverkocht. In 1951 was geheel nieuw voor Hoo geveen het vier mastencircus Boltini. het romantische paardenspul met een sensationeel wereldstadprogramma. Slechts drie dagen op het terrein aan de Toldijk achter café Wants. Hier had men tijdens de pinksterdagen zijn ten ten opgeslagen voor een viertal voor stellingen. In zijn openingswoord ver- telde Willy Boltini dat men alle zeilen had moeten bijzetten om het publiek iets goeds te bieden van wat mensen en dieren kunnen presteren. De voorzitter van de Werklieden Ver eniging. tevens raadslid, de heer Essel- brugge, kon zich hiermee niet ver enigen. Hij betreurde de tonelen van ongebondenheid, waarvan men soms op de jaarmarktdagen getuige kon zijn, "doch moet worden erkend, dat die gelukkig van jaar tot jaar minder wor den." Het grote getal neringdoenden dat door de afschaffing w erd geschaad moest volgens hem een reden zijn om niet tot afschaffing van de jaarmark ten te besluiten. 'De kermis is bij heel veel mensen uit deze en omliggende gemeenten zo ingeburgerd, dat ver schillende inkopen op die dagen wor den gesteld en allerlei afspraken voor uit w orden gemaakt om die juist op die dagen uit te voeren.’ Het raadslid IJmker was het met B. en W. eens. 'Op de kermis wordt alleen maar drank gekocht en nog wat van de kraampjes. Wat er verder gebeurt, hoe ven we elkaar niet te vertellen.' Esselbrugge: ’We behoeven elkaar ook niet te vertellen dat niet de ker mis alleen van alles de schuld heeft. Op een ander feest onlangs was er veel meer dronken volk dan op drie kermisdagen samen. De raad wil geen publieke vermakelijkheden, dus wil men de jaarmarkten cq. kermis, cir cus, schouwburgtenten. stoomcarous- sels en dergelijke afschaffen. Of het is in het belang der neringdoenden, al zijn het ook niet allen, om de jeugd uit Zuidwolde. Echten. Pesse en nu de trams er zijn, ook uit het oosten en zuiden, het komen hier volstrekt niet aanlokkelijk te maken, is een vraag die wel had mogen worden overwo gen. Kermis en circus willen ze toch en voortaan gaan ze naar Meppel en Coevorden. en... jong gewend is oud gedaan. B. en W. erkennen dat de politie in de regel uitspattingen weet te voorkomen, maar ook niet elders of buiten de gemeente? Het jonge volk uit de veldstreken - en die worden bedoeld - verzamelt zich op plaatsen w aar geen politie is.' 'Alleen de rustige en brave burgers in de kom zullen daar geen last van heb ben. O ja. dat zijn juist de tegenstan ders van de kermis. Maar ze gaan zelf wel naar een concert of comedie en zelfs naar de kermis en het circus in Meppel of reizen met vrouw en kinde ren af naar de ganzenmarkt in Coevor den. Zo kan men doorgaan met tal van voorbeelden die het bewijs leveren, dat de bestrijding van vermakelijkheden niet altijd ernstig gemeend kan zijn. Zijn de gemeentebesturen van Assen. Meppel. Coevorden. Ruinen en zo vele meer dan allemaal gek. dat zij het cir cus laten bestaan? Als het besluit blijft gehandhaafd, dan kan men wel in de trams biljetten ophangen met de woor den: 'Te Hoogeveen worden vreemde lingen niet toegelaten.' Vijf maanden lang is er vergaderd. Het is een lijdens weg waar eindelijk een eind aan moet komen'. In 1906 kwam er definitief een eind aan het circus en de kennis in Hoogeveen.

Geheugen van Drenthe

De Veenmol | 2008 | | pagina 11